Gepubliceerd op 20 juli 2020 door Eugène Van de Poel

Bedrijfs- en bestelauto’s parkeren in woonwijken

Gemeenten worden regelmatig geconfronteerd met problemen rondom het parkeren van bedrijfs- en bestelauto’s in woonwijken. Dit probleem lijkt de laatste jaren groter te worden door de toename van dit soort voertuigen die gebruikt worden door zzp-ers, pakketbezorgers en dergelijke. Bewoners klagen omdat de parkeerdruk toeneemt in hun buurt en zij overlast ervaren van het ontsierende en uitzicht belemmerende karakter (vanuit de woning en voor andere weggebruikers) van deze vaak grote(re) voertuigen in hun directe leefomgeving.

Bij het Juridisch Loket van het GNMI komen geregeld vragen binnen van gemeenten hoe zij deze problematiek het beste kunnen aanpakken en op welke manier zij het parkeren van bedrijfs- en bestelauto’s kunnen reguleren.

Er zijn twee manieren om het parkeren van bedrijfs- en bestelauto’s in woonwijken formeel juridisch te reguleren, te weten via de APV óf via de Wegenverkeerswetgeving.

Oplossing via de APV

In de model-APV van de VNG zijn twee bepalingen opgenomen in het hoofdstuk ‘Parkeerexcessen’, te weten de artikelen 5.8 en 5.9.

Deze bepalingen zijn in veel gemeentelijke APV’s overgenomen. Er kan alleen worden opgetreden tegen voertuigen die langer dan 6 meter of hoger dan 2,4 meter zijn. Het college moet de betreffende plaatsen/ wegen/ gebieden/ bebouwde kom aanwijzen waar het parkeren van dit soort voertuigen gedurende bepaalde dagen en tijden niet is toegestaan. Veel gemeenten hebben de gehele bebouwde kom aangewezen als gebied waar deze grote voertuigen niet mogen worden geparkeerd, soms met uitzondering van een aantal locaties waar dat wel kan.

Artikel 5:8 Grote voertuigen 

1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.

6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

 Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen 

1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren [bij OF binnen een afstand van [aantal] meter van] een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Oplossing via de wegenverkeerswetgeving

Een andere mogelijkheid om het parkeren van bedrijfs- en bestelauto’s in woonwijken te reguleren kan via de mogelijkheden die de Wegenverkeerswet, het RVV en het BABW bieden.

In artikel 1 van het RVV wordt onder meer definities gegeven van de begrippen ‘bedrijfsauto’ en ‘bestelauto’.

Artikel 1  RVV

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • bedrijfsauto: bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
  • bestelauto: motorvoertuig, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg;

In artikel 24 van het RVV is aangegeven waar bestuurders van voertuigen hun voertuig niet mogen parkeren. In het eerste lid onder d. is opgenomen dat parkeren niet mag op een parkeergelegenheid voor zover dat voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen. Via RVV-bord E8 met het pictogram van een personenauto geef je aan dat je ter plekke dus alleen met personenauto’s mag parkeren en dat alle andere voertuigcategorieën daar niet mogen parkeren.

Eventueel kan je met een onderbord dagen of uren aanwijzen waarop het verbod voor andere voertuigcategorieën geldt, zodat bestel- en bedrijfsauto’s bijvoorbeeld overdag wel kunnen parkeren om klussen/werkzaamheden uit te voeren.

Helaas is het niet toegestaan om bord E8 zonaal toe te passen, omdat bord E8 niet genoemd is in artikel 9 BABW, dat gaat over zonale toepassing van verkeersborden. Dit betekent dat je bij iedere parkeerplaats dit E8 bord zou moeten herhalen (bordenwoud); dit is in de praktijk natuurlijk niet wenselijk. Een uitbreiding van artikel 9 BABW met bord E8 vind ik daarom gewenst. Ik ga dit onder de aandacht brengen bij mijn contactpersonen binnen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Je zou het principe van aanwijzen van parkeerplaatsen voor personenauto’s en het daarmee verbieden van bedrijfs- en bestelauto’s ook kunnen omdraaien. Je zou formeel een aantal parkeerplekken in de woonwijk kunnen aanwijzen voor alléén bedrijfs- en bestelauto’s. Je kan hiervoor parkeerplekken aanwijzen, waar het parkeren van deze auto’s tot de minste overlast voor buurtbewoners leidt.

Het aanwijzen van deze parkeerplekken kan je het beste doen door gebruik te maken van RVV-bord E4 met onderbord ‘bedrijfs- en bestelauto’s’. Bord E8 is hiervoor niet/minder geschikt, omdat er (nog) geen officieel pictogram bestaat voor bedrijfs- en bestelauto’s.

Mogelijk nadeel van deze optie is wel dat deze aangewezen parkeerplaatsen mogelijk niet of niet altijd worden gebruikt door de bestuurders van de bedrijfs- en bestelauto’s. Zij mogen immers ook op elke andere parkeerplaats in de buurt blijven parkeren. Als de aangewezen parkeerplaatsen voor bedrijfs- en bestelauto’s leeg blijven, mogen er geen andere auto’s parkeren. De parkeerdruk kan daardoor dus toenemen in de buurt….

E8:  Parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven
E4: Parkeergelegenheid

Artikel 24 RVV

1.  De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:

a.   bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan;
b.   voor een inrit of een uitrit;
c.   buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
d.   op een parkeergelegenheid:
1°.  voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;
2°.  op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven;
3°.  op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;
e.  langs een gele onderbroken streep;
f.  op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
g.  op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van 
bijlage 1, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend.

2.  Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren.

3.  De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren.

4.  Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.

Meer pragmatische oplossing?

Het is wellicht beter om met de bewoners van de buurten waar overlast wordt ervaren in gesprek te gaan. Bespreek met hen op welke plekken in de wijk er mogelijkheden zijn om grotere bedrijfs-/bestelauto’s zodanig te parkeren zodat ze er zo min mogelijk last van hebben. Deze plekken zouden ‘informeel’ kunnen worden gemarkeerd. Met een bordje kan worden aangeven dat deze parkeerplekken ‘bij voorkeur’ bestemd zijn voor het parkeren van grotere bedrijfs-/bestelauto’s. Niemand kan hier rechten aan ontlenen en dit kan ook niet worden gehandhaafd. De bewoners in de buurt zullen zelf met elkaar moeten regelen dat iedereen zich ‘vrijwillig’ houdt aan deze ‘parkeergebruiken’ in hun buurt.