Gepubliceerd op 21 augustus 2019 door Eugéne Van de Poel

Gemeenten en Rijk samen aan de slag met verbetering van het lokale taxibeleid

De afgelopen maanden hebben gemeenten en Rijksoverheid samen onderzocht wat de meest effectieve mix van bevoegdheden en instrumenten is om de kwaliteit van het lokale taxivervoer te verbeteren. Een tiental gemeenten hebben aan dit proces deelgenomen, dat door het GNMI in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werd uitgevoerd. 

In het najaar van 2018 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer toegezegd dat Rijk en gemeenten een onderzoek doen naar de problematiek binnen de lokale taximarkt en te bekijken wat de meest effectieve mix van bevoegdheden en instrumenten is om deze problematiek op te lossen. Tegelijkertijd hebben enkele gemeenten die lid zijn van het GNMI ook verzocht om ondersteuning in het lokale taxibeleid door het ministerie van I&W.

In een aantal sessies hebben de deelnemers een beeld gekregen van de uitdagingen rondom de kwaliteitszorg en bestaande regelgeving in de lokale taximarkt. De gemeenten en het Rijk hebben ook bekeken op welke wijze de handhaving kan worden verbeterd, bijvoorbeeld door het gemakkelijker uitwisselen van gegevens tussen OM, politie, gemeenten, ILT en RDW.

Uit de sessies zijn een aantal aanbevelingen voortgekomen:

  • Onderzoek hoe gemeenten op basis van de bestaande wet- en regelgeving (zoals de Wet personenvervoer 2000, Gemeentewet, Wegenverkeerswet 1996) de gesignaleerde problematiek in het straattaxivervoer kunnen aanpakken en via lokale regelgeving kunnen reguleren. Dit kan bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een “menukaart lokale regelgeving straattaxivervoer” met een overzicht van regelgeving die in een lokale verordening kan worden opgenomen en het verkennen van eventuele lacunes in wettelijke grondslagen voor bevoegdheden ;
  • Onderzoek met ketenpartners hoe de uitwisseling van gegevens en de samenwerking in toezicht en handhaving verbeterd kunnen worden. Via een modelconvenant kunnen er praktische afspraken over toezicht en handhaving worden vastgelegd, waarbij er aandacht is voor uniforme toepassing.

Het is de bedoeling dat de aanbevelingen worden uitgewerkt naar concrete resultaten. De samenwerkende gemeenten en het Rijk verkennen hiervoor de mogelijkheden.