Gepubliceerd op 8 juli 2020 door Femke Wouters

Gemeenten moeten gezamenlijk optrekken en van elkaar leren

Roeland van der Zee is sinds juni lid van het Dagelijks bestuur van het GNMI. Hij is wethouder in Arnhem en onder andere verantwoordelijk voor de (duurzame) mobiliteit in deze gemeente.

‘De belangrijkste toegevoegde waarde is het als gemeenten gezamenlijk optrekken, van elkaar leren en belangrijke onderwerpen op de juiste agenda’s plaatsen. Hiervoor is expertise, onderzoek en lobby nodig en die vind ik bij GNMI,’ vertelt Roeland. We spraken hem na zijn benoeming.

Hoe ben je in contact gekomen met het GNMI?

Roeland:’ de gemeente Arnhem is al jaren lid van GNMI. Ik kwam in contact via de ambtelijke weg en door publicaties. Het viel me op dat vrijwel alle onderwerpen op de GNMI-agenda, ook actuele onderwerpen voor Arnhem zijn. Bijvoorbeeld parkeren, aanbestedingen in het OV en doelgroepenvervoer. Maar ook verkeersveiligheid, fiets en taxi. De omslag naar zero emissie is op veel fronten actueel, zoals bij de Zero Emissie binnenstadsdistributie.

Wat zie jij als belangrijke uitdaging voor het GNMI? Waar wil je graag aandacht voor, wat wil je bereiken?

‘De belangrijkste toegevoegde waarde is het als gemeenten gezamenlijk optrekken, van elkaar leren en belangrijke onderwerpen op de juiste agenda’s plaatsen. Hiervoor is expertise, onderzoek en lobby nodig en die is er bij het GNMI. Ook de link met de VNG is hierbij belangrijk. Het uiteindelijke doel is kennis delen en als gezamenlijke gemeenten vertegenwoordigd zijn aan tafel bij overige overheden en marktpartijen,’ vertelt Roeland.

Hoe zie je je rol als lid van het dagelijks bestuur van het GNMI?

‘ Ik vind het leuk en zinvol om actief betrokken te zijn bij onderwerpen, waarvan de meeste vrijwel overal tegelijk actueel zijn. De onderwerpen die in Arnhem de bestuurstafel passeren, blijken op hetzelfde moment overal te spelen. Dan is het goed om niet steeds zelf het wiel uit te vinden, maar ook om een inhoudelijke bijdrage te kunnen leveren ten behoeve van anderen.’

Waar liggen de uitdagingen voor de toekomst?

‘Het is belangrijk om de ontwikkelingen met betrekking tot mobiliteit en bereikbaarheid op de voet te volgen en kennis daarover te delen. In het bijzonder, bijvoorbeeld als gevolg van de coronacrisis en daarbij behorende maatregelen, is het goed om af te stemmen welke maatregelen wel of juist niet werken. Ik ben onder de indruk van het werk dat door GNMI verzet wordt. Met de inzet van een kleine staf worden werkgroepen en externe expertise omgezet in rapportages, presentaties en lobby van hoge kwaliteit. Ik hoop dat steeds meer gemeenten dit herkennen en ondersteunen, in ieder geval door een lidmaatschap.’