Gepubliceerd op 19 mei 2015 door Arthur ter Weeme

Medegebruik busbaan: een kwestie van lokaal maatwerk

Busbanen zijn er speciaal voor de kwaliteit en snelheid van het openbaar vervoer. Daarom zijn gemeenten terughoudend bij het openstellen van busbanen voor andere voertuigen dan de lijnbus. Toch worden er bovenop de wettelijke uitzonderingen voor hulpdiensten soms ook andere voertuigen toegelaten. Welke afwegingen liggen ten grondslag aan het wel of niet toestaan van andere voertuigen op de busbaan? De VOC zet deze voor u op een rij. Daarnaast gaan we apart in op de categorie touringcars.

Belangenafweging gebruik van de busbaan
Veel van de busbanen in ons land zijn uitsluitend bestemd voor de lijnbus, ofwel een voertuig dat dienst doet als openbaar vervoer. Uitzondering hierop vormen de hulpdiensten, die dankzij landelijke regelgeving gebruik mogen maken van de busbanen. Gemeenten krijgen als wegbeheerder van een busbaan geregeld verzoeken van brancheverenigingen of individuele organisaties om ook hún voertuigen toe te staan op de busbaan. Zo komen bij de lokale overheden vragen binnen vanuit de taxibranche, de geld- en waardetransportbedrijven, verloskundigen, touringcarbedrijven (zie onderste paragraaf), schoolbusjes en diverse soorten vrachtvervoer.

Niet alleen kunnen er tússen gemeenten verschillen zijn in het toestaan van medegebruik van de busbaan, dit kan ook bínnen de gemeente verschillen. Dit is geen kwestie van willekeur. Gemeenten beslissen hierover na een zorgvuldige belangenafweging. Allereerst moet de busbaan voorzien in een onbelemmerde doorgang van het openbaar vervoer. Deze voorkeursbehandeling is nodig om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken, wat ten goede komt aan de bereikbaarheid en de luchtkwaliteit en daarmee de leefbaarheid van de gemeente. Op het moment dat andere voertuigen zich op de busbaan begeven vervalt het exclusieve karakter en vermindert dit de effectiviteit van deze speciaal aangelegde infrastructuur.

Voorbeelden van medegebruik van de busbaan
Door een aantal gemeenten worden (duurzame) taxi’s toegelaten op de busbaan, zij het in sommige gevallen alleen op een aantal plekken in de stad. Ook worden soms voor verloskundigen of voor schone vrachtauto’s ten behoeve van de stadsdistributie uitzonderingen gemaakt. Niet alle uitzonderingen zijn bij ons bekend, maar in beginsel kan iedere wegbeheerder de busbaan openstellen via een verkeersbesluit, een vergunning of ontheffing. Op de website van de VOC zijn op een kaartje voorbeelden te vinden van beleid van gemeenten over van het medegebruik van de busbaan.

Knelpunten voor medegebruik van de busbaan
Zoals eerder aangegeven worden aanvragen voor het medegebruik van de busbaan niet altijd toegekend. De wegbeheerder kan verschillende redenen hebben om een aanvraag voor een ontheffing voor de busbaan af te wijzen. Onderwerpen die hierbij voor de gemeente een rol spelen zijn hieronder weergegeven. Vaak houden de onderwerpen verband met de verkeersveiligheid.

• herkenbaarheid voor medeweggebruikers
• werking van verkeersregelinstallaties
• draagvlak bij medeweggebruikers
• beperkende voorwaarden van de vervoersautoriteit
• overlast voor omwonenden
• fysieke beperkingen

herkenbaarheid
Een belangrijk argument om het medegebruik van de busbaan te beperken is de verkeersveiligheid. Voetgangers of fietsers rekenen bij het oversteken van een busbaan niet op een kleiner voertuig dat aan komt rijden over de busbaan, waardoor deze over het hoofd kan worden gezien. Met andere woorden, de herkenbaarheid van voertuigen van andere eventuele ontheffingshouders is niet altijd even goed. Dit probleem doet zich uiteraard niet enkel voor bij het oversteken van de busbaan, ook in complexere verkeerssituaties zoals kruispunten vormt dit een risico voor de verkeersveiligheid.

verkeersregelinstallaties
Daarnaast belemmert een technisch probleem het toelaten van andere voertuigen op de busbaan. Meestal staan er speciale verkeerslichten (negenoog) voor bussen. Deze geven “groen” (eigenlijk wit licht op de negenoog) voor de bus voor een bepaalde richting. Omdat lijnbussen volgens een bepaalde route rijden, kan het zijn dat bij een verkeerslicht op een busbaan, altijd alleen voor rechtsaf “groen” wordt gegeven. Andere weggebruikers op de busbaan zullen dit niet begrijpen, hier geen oog voor hebben, of een andere richting op willen met alle mogelijke gevolgen van dien. Bovendien speelt daarbij het probleem dat de speciale verkeerslichten voor de bus vaak alleen reageren op voertuigen met een speciaal kastje aan boord.

draagvlak
Buiten de voorgaande argumenten om moeten we niet vergeten dat hoe meer andere voertuigsoorten worden toegelaten, hoe onduidelijker het wordt wie wel en wie niet van de busbaan gebruik mag maken. Een medeweggebruiker is niet altijd goed op de hoogte van het ontheffingsregime ten aanzien de busbaan. Op dat moment is het niet alleen een probleem voor de doorstroming van het openbaar vervoer en voor de verkeersveiligheid, het kan zorgen voor onbegrip onder de automobilisten die op de naastgelegen baanvak voor het verkeerslicht staan te wachten.

voorwaarden vervoersautoriteit
De gemeente is als wegbeheerder van een busbaan weliswaar bevoegd om ontheffingen te verlenen aan andere weggebruikers, soms kan een gemeente uiteindelijk geen gebruik van deze bevoegdheid. Zo kan de vervoersautoriteit via subsidievoorwaarden bij de aanleg van de busbaan bij de wegbeheerder hebben afgedwongen dat een busbaan exclusief toegankelijk moet zijn voor het openbaar vervoer. Een gemeente is hier aan gebonden en moet de busbaan dan vrij houden voor het openbaar vervoer.

overlast voor omwonenden
Toename van de overlast voor omwonenden vanwege trillingen en geluid is ook iets dat aan de orde kan zijn bij het openstellen van ander verkeer op de busbaan. Dit geldt met name voor vrije busbanen zonder een naastgelegen weg voor normaal verkeer. Het gewicht van de voertuigen, de snelheid en de verkeersintensiteit spelen hierbij vanzelfsprekend een belangrijke rol.

fysieke beperkingen
Als laatste noemen we nog de reden om geen andere voertuigen toe te staan op de busbaan is dat de fysieke afscheiding er voor kan zorgen dat een voertuig gebonden is om het gehele traject van een busbaan te volgen om uiteindelijk bij een busstation te eindigen. De wegbeheerder zal deze argumenten bezien in het licht van de lokale situatie en op basis daarvan bepalen of de busbaan opengesteld zou moeten worden voor andere voertuigen dan de lijnbus.

Besloten vervoer met touringcars
Bovenop de voertuigcategorieën die aan de orde zijn gekomen vragen we speciaal aandacht voor de touringcar in relatie tot het medegebruik van de busbaan. Met touringcars worden vervoersdiensten verricht die dicht tegen het openbaar vervoer aan liggen. Soms worden de bussen zelfs gebruikt als vervangend treinvervoer, maar vaak gaat het om besloten ritten die groepen vervoeren naar een recreatieve of zakelijke bestemming.

Touringcars zijn enkel toegestaan op busbanen waar specifiek het woord “bus” op de weg is geschilderd. Veel wegbeheerders plaatsen het woord “lijnbus” op het wegdek, waardoor de touringcar in beginsel wordt uitgesloten van de busbaan. Touringcars zijn vanwege de aard van het besloten vervoer vaak goed gevuld en leveren daarom een belangrijke bijdrage aan de duurzame mobiliteitsdoelstellingen van overheden. Weliswaar verdient het besloten busvervoer daardoor speciale aandacht van de overheden, veel van bovengenoemde knelpunten ten aanzien van het medegebruik van de busbaan gelden ook voor de touringcars. Voor de wegbeheerder is het zaak om de voor- en nadelen van het openstellen van de busbaan voor touringcars goed tegen elkaar af te wegen. Het is daarom belangrijk dat bij plannen van de gemeente voor herinrichting van de openbare ruimte waarin voorzieningen worden opgenomen voor het openbaar vervoer de touringcarbedrijven vroegtijdig worden betrokken.

De VOC stelt daarom voor gemeenten op aanvraag een bestand beschikbaar van actieve touringcarbedrijven per regio. Neem hiervoor en voor vragen over het medegebruik van de busbaan contact op met Arthur ter Weeme, secretaris van de VOC.