Gepubliceerd op 29 augustus 2019 door Alex Mink

Samen werken aan goed openbaar vervoer: drie voorstellen voor afstemming tussen gemeenten en vervoersautoriteiten

Het GNMI roept de provincies op om samen met gemeenten te werken aan de verbetering van het openbaar vervoer. Provincies en gemeenten hebben elkaar op dit vlak veel te bieden, maar weten elkaar niet altijd goed te vinden.
Goed openbaar vervoer levert een bijdrage aan de gemeentelijke opgaven binnen het sociaal domein en het zorgen voor een leefbare leefomgeving. Bovendien zijn de Nederlandse gemeenten de grootste wegbeheerder.
Er zijn dus goede redenen om de samenwerking te versterken. Daarom hebben de nieuwgekozen Provinciale Statenleden een informatiesheet met een aantal suggesties vanuit het ambtelijke gemeentelijke netwerk ontvangen. 

De provincies hebben de komende jaren veel te doen in het openbaar vervoer. In stedelijke omgevingen neemt de vraag naar goed OV toe, terwijl in het landelijk gebied en aan de rand van steden de vraag speelt onder welke voorwaarden een goed basisaanbod van collectief vervoer kan worden geregeld. Vanuit het provinciale ruimtelijke beleid is er tegenwoordig ook steeds meer aandacht voor de samenhang met bereikbaarheidsvraagstukken en de relatie tussen openbaar vervoer en een goede en schone leefomgeving. Toch verloopt de samenwerking niet altijd even soepel: gemeenten en provincies weten elkaar niet altijd even goed te vinden.
Daarom doet het GNMI een aantal praktische aanbevelingen:

  • Voor beide overheidslagen geldt dat de integratie van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer winst oplevert. Gemeenten worden de komende jaren geconfronteerd met een toenemende vraag naar doelgroepenvervoer, vooral vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, en provincies willen graag een rendabeler openbaar vervoersnetwerk ontwikkelen. Beleidsmatige en bestuurlijke afstemming kan beide uitgangspunten verenigen ;
  • Het zorgen voor een beheersbare klimaatverandering vraagt om investeringen in laadinfrastructuur. De huidige ontwikkelingen leiden ertoe dat er vooral op sectoraal niveau wordt gekeken naar laadinfrastructuur, terwijl de beschikbare ruimte en budgetten doelmatiger kunnen worden ingezet door laadinfrastructuur meervoudig in te zetten voor zowel het openbaar vervoer als het doelgroepenvervoer ;
  • Een goede afstemming tussen provinciaal ruimtelijk beleid en gemeentelijk wegbeheer kwaliteitswinst op. Kleine investeringen in doorstromingsmaatregelen en het afstemmen van OV-netwerkontwikkeling op het gemeentelijke wegbeheer pakken beter uit voor de collectieve portemonnee en de reiziger. Uiteraard geldt dit ook andersom: de afstemming tussen gemeentelijk ruimtelijk beleid en de provinciale aansturing van het OV-aanbod verdient ook aandacht. Daarnaast wordt de hele vervoersketen belangrijker: de positie van de fiets en voetganger is ondergewaardeerd in het OV-beleid. In enkele regio’s wordt voortvarend gewerkt aan de ontwikkeling van goede knooppunten tussen modaliteiten, zodat de reiziger op weg kan gaan met een optimaal aanbod. De ontwikkeling en het beheer van ketenvoorzieningen vraagt om het maken van goede beheersafspraken en het delen van investeringen.

De factsheet met tips voor het provinciale OV-beleid staat op de website van het GNMI en is toegezonden aan de 12 Provinciale Staten.