Berichten

Notitie ‘Stedelijke mobiliteit in de anderhalvemeter-samenleving’

Langzamerhand komt ook de stedelijke mobiliteit in de anderhalvemetersamenleving op gang. Voor onbepaalde tijd zal ook het stedelijke verkeer moeten voldoen aan de RIVM-norm. Op bepaalde locaties zal daar extra ruimte voor nodig zijn.

Bovendien komen er nieuwe ruimteclaims voort uit verandering in de vervoerwijzekeuze en nieuwe (economische) activiteiten in de openbare ruimte. Veel gemeente zijn al druk bezig met het ontwikkelen en uitvoeren van tijdelijke maatregelen om dit in goede banen te leiden.

Om hierbij te helpen hebben we samen met CROW de notitie ‘Stedelijke mobiliteit in de anderhalvemetersamenleving‘ opgesteld. Het gaat uitdrukkelijk om een eerste versie. Voor een volgende versie ontvangen we graag suggesties, reacties en vooral concrete plannen of maatregelen. Mail deze dan naar fietsberaad@crow.nl.

Daarnaast organiseert het CROW een aantal digitale bijeenkomsten over dit onderwerp.

Agenda

  • Extra ruimteclaims
  • Quick scan knelpunten voetgangers en fietsers
  • Maatregelen
  • Voetgangersgebieden
  • Straten met te smalle trottoirs
  • Kruispunten met te weinig opstelruimte
  • Te smalle fietspaden
  • Juridische aspecten
  • Monitoring door ministerie IenW

Bijeenkomsten

Meer informatie over de bijeenkomsten van CROW-Fietsberaad: https://www.fietsberaad.nl/Bijeenkomsten/2020/Tour-de-Force-Webinar-Stedelijke-mobiliteit-in-de.

We zijn vooral benieuwd naar praktijkervaringen van gemeenten. Wil je hier over vertellen of heb je concrete ontwerpvoorbeelden? Laat het weten via fietsberaad@crow.nl.

Focus op stedelijk-regionale vervoerspatronen

De meeste mensen verplaatsen zich over relatief korte afstand en maken dus vooral gebruik van de wegen in de directe omgeving. Forensen rijden vaak niet meer dan dertig kilometer per dag, blijkt uit verschillende onderzoeken, waaronder een recent onderzoek van de ING. Overheden moeten zich daarom meer richten op mobiliteit in en om stedelijke agglomeraties in plaats van de verbindingen over de lange afstand. Deze zijn natuurlijk ook nodig, maar maken veel minder dan gedacht onderdeel uit van het dagelijkse vervoerssysteem. Wij roepen daarom de landelijke politiek op om de aandacht te verleggen naar de mobiliteitsvraagstukken in en rondom de steden. Ook het landelijke spoornetwerk zou hier onderdeel van moeten uitmaken.

Investeringen in het openbaar vervoer moeten worden gedaan die écht aansluiten bij de vervoersvraag, dus op stedelijk-regionaal niveau. De bereikbaarheid van Nederland wordt niet bepaald door de verbinding Groningen – Utrecht, maar door de bereikbaarheid van de stad Groningen en Utrecht binnen een straal van een kilometer of dertig.

Omdat het aanleggen van nieuwe railverbindingen in en om de stad een dure aangelegenheid is, moeten we kijken of we bestaande infrastructuur hier voor in kunnen zetten. Dat betekent dat spoorlijnen die door stedelijke gebieden lopen, ook voor stedelijk-regionaal spoorvervoer moeten kunnen worden ingezet. Ook wanneer dit behoort tot het domein van NS. Dit zou moeten leiden tot een soort S-Bahn, waarbij de sprinters in de praktijk onderdeel uitmaken van het stedelijk-regionale vervoer op het niveau van de stedelijke agglomeraties.

Met een mobiliteitsaanpak op het juist schaalniveau kunnen we de bereikbaarheid van Nederland verbeteren. Richt daarom het mobiliteitssysteem in op de stedelijk-regionale vervoerspatronen en laat het landelijke netwerk daar een belangrijk onderdeel van uitmaken.