Berichten

GNMI Contactgroep Parkeren over ruimtelijke ontwikkeling en duurzaam parkeerbeleid

Op 6 september 2018 kwam de Contactgroep Parkeren van het GNMI bijeen. Vertegenwoordigers van gemeenten, het Ministerie van IenW en andere overheidsinstellingen hebben gesproken over de wetswijziging die het mogelijk moet maken voor gemeenten om een ander parkeertarief in te stellen voor schone voertuigen. Daarnaast is gekeken naar de behoefte aan cijfers over de effecten van parkeerbeleidsmaatregelen en de relatie tussen parkeren en gebiedsontwikkeling. De GNMI Contactgroep Parkeren is een nieuw platform voor gemeenten waarin landelijke ontwikkelingen rondom parkeerbeleid worden besproken tussen gemeenten en de Rijksoverheid, VNG, CROW en andere landelijke organisaties. Doel is afstemming van nationaal en lokaal mobiliteitsbeleid en het onderling delen van ervaringen met parkeerbeleid.

Differentiatie parkeertarief naar milieukenmerk

In het regeerakkoord Rutte-III is afgesproken dat gemeenteraden kunnen besluiten om het fiscale parkeertarief te koppelen aan de uitstoot van schadelijke stoffen door voertuigen. Om dit mogelijk te maken werkt de Rijksoverheid aan een wijziging van de Gemeentewet. Omdat een wetswijziging tijd kost zal het nog enkele jaren duren voordat gemeenten parkeertarieven kunnen differentiëren naar milieukenmerk. Het is dan vervolgens aan iedere gemeente zelf om te bepalen óf zij van deze regeling gebruik willen gaan maken. De Contactgroep Parkeren zal door de Rijksoverheid ook in de toekomst betrokken worden bij de voortgang van het wetgevingsproces en de technische en financiële vraagstukken die hierbij komen kijken.

Onderzoek kennisbehoefte parkeerbeleid

CE Delft, CROW-KpVV en de Erasmus Universiteit Rotterdam voeren namens het Ministerie van IenW een onderzoek uit naar de behoefte aan kennis in het beleidsterrein parkeren. Het gaat daarbij om inzicht te krijgen in de vraag naar kwantitatieve gegevens die overheden nodig hebben om beleidskeuzes zo goed mogelijk te kunnen onderbouwen. Het gaat niet alleen om onderwerpen waar nog onvoldoende cijfers voor beschikbaar zijn, maar ook om het specificeren van cijfers. Zo zullen beleidsmaatregelen in een drukke binnenstad andere effecten hebben dan bij een bedrijventerrein. Enkele voorbeelden: wat zijn de effecten van zoekgedrag van automobilisten naar een vrije parkeerplek, welke effecten optreden op bij differentiatie van parkeertarieven naar milieukenmerk en wat is lokaal het effect van andere parkeernormen voor nieuwbouw? De onderzoekers richten zich nadrukkelijk niet alleen op gemeenten, maar betrekken ook andere stakeholders zoals grote werkgevers en andere belangenpartijen bij dit onderzoeksproces. Daarnaast wordt er gewerkt aan een onderzoeksagenda voor de langere termijn. Het GNMI neemt deel aan de begeleidingscommissie. Gemeenten kunnen inbreng leveren via de GNMI Contactgroep Parkeren.

Parkeren en gebiedsontwikkeling

CROW-KpVV presenteerde in de vergadering van de Contactgroep Parkeren het onderzoeksvoorstel dat de interacties tussen gebiedsontwikkeling en parkeren in kaart moet brengen. De onderzoekers constateren dat meerdere ontwikkelingen ingrijpen op de vraag naar parkeren: digitalisering, de verstedelijkingsopgaven in grote delen van Nederland, doelmatiger ruimtegebruik en verduurzaming beïnvloeden de omgang met parkeercapaciteit en de realisatie van parkeeroplossingen. Daarnaast is waarneembaar dat de vraag naar mobiliteit anders wordt ingevuld door jongeren en bewoners van sociale huurwoningen.

Tegelijkertijd is parkeren verweven met de interne processen van gemeenten, vraagt parkeercapaciteit om grote investeringen en is de verschijningsvorm van mobiliteit aan het veranderen door de uitrol van deelsystemen. Kennisdeling wordt door deze ontwikkelingen steeds belangrijker. Veel gemeenten zoeken naar oplossingen en instrumenten rondom het parkeerbeleid. CROW-KpVV wil in een breder verband, waaronder met bouwpartijen, kijken naar de mogelijkheden voor kennisdeling en het ontwikkelen van concrete instrumenten voor gemeenten en bouwpartijen voor de omgang met parkeervraagstukken in relatie tot gebiedsontwikkeling. Ook dit onderwerp zal terugkeren op de agenda van de Contactgroep Parkeren om verdere inbreng op te halen en resultaten met de gemeenten te delen.

Contactgroep Parkeren

De datum voor de tweede vergadering van de Contactgroep Parkeren wordt binnenkort bekend gemaakt en geplaatst op de bijeenkomstenkalender van het GNMI. Gemeenten die nog niet zijn aangesloten op de Contactgroep Parkeren kunnen zich aanmelden voor het GNMI-Netwerk door contact op te nemen met Alex Mink, beleidsadviseur van het GNMI.

GNMI Intergemeentelijk Verkeersoverleg over verkeersveiligheid, stedelijke logistiek en elektrische deelmobiliteit

Op vrijdag 13 april kwam het GNMI Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO) bijeen in Amsterdam. Er werd gesproken over de voortgang van het Strategische plan verkeersveiligheid, de recente City Deal elektrische deelmobiliteit in stedelijke gebiedsontwikkeling en de Green Deal zero emissie stadsdistributie. Na de vergadering vond een werkbezoek plaats aan de in aanbouw zijnde Gaasperdammerwegtunnel (A9).

Strategisch plan verkeersveiligheid

De VNG gaf een update over de stand van zaken rondom het Strategisch plan verkeersveiligheid (SPV 2020). Het SPV 2020 beoogt een forse reductie van het aantal verkeersslachtoffers en wil daarvoor de samenwerking tussen overheid, maatschappelijke partners en handhavingsorganisaties verbeteren. Belangrijke aandachtspunten zijn de organisatie van de samenwerking en het aandragen van inhoudelijke bouwstenen voor het plan. De gemeenten wezen daarbij op het belang van de aansluiting op de gemeentelijke praktijk. Ook moeten de financiële effecten van maatregelen die het SPV 2020 vereist goed inzichtelijk worden gemaakt. Een aandachtspunt is de borging van de kwaliteit van het ambtelijke opdrachtgeverschap: verkeersveiligheid is een complexe opgave met name voor kleine en middelgrote gemeenten. Tenslotte werd opgemerkt dat de samenwerking met maatschappelijke partners zoals onderwijsinstellingen en schadeverzekeraars belangrijk is om de forse reductie van het aantal verkeersslachtoffers te bewerkstelligen. Tijdens het volgende IVO, op 29 juni in Venlo, wordt de voortgang van de ontwikkeling van het SPV 2020 besproken.

City Deal elektrische deelmobiliteit in stedelijke gebiedsontwikkeling

Rijkswaterstaat verzorgde de inbreng over de nieuwe City deal over het stimuleren van elektrische deelmobiliteit bij gebiedsontwikkelingsprojecten. Deze City Deal richt zich op het versnellen en goedkoper maken van bouwprojecten door de inzet van deelmobiliteitsconcepten. Hierdoor neemt ook het ruimtebeslag voor het faciliteren van de parkeervraag van motorvoertuigen af. Enkele grote gemeenten en projectontwikkelaars dragen deze City Deal in een aantal harde gebiedsontwikkelingsprojecten.

De gemeenten gaven aan dat deze aanpak kansrijk is. Er vindt in het stedelijke gebied een verschuiving van het bezit naar het gebruik van voertuigen plaats. Veel bewoners willen ook dat de hoge parkeerdruk in de openbare ruimte wordt aangepakt en er is letterlijk geen ruimte om een verdere groei van het aantal motorvoertuigen op te vangen. Bij deze projecten moet wel gestuurd worden op een goed aansluitend gebied met parkeerregulering. Een ander aandachtspunt is de houdbaarheid van de afspraken tussen gemeenten en projectontwikkelaars over de kostenverdeling, het ruimtebeslag voor eventuele parkeerfaciliteiten en de samenhang met de parkeerregulering in het openbare gebied. Verder valt op dat goede beleidscommunicatie bijdraagt aan de slagingskans van deelconcepten, bijvoorbeeld door het hanteren van een apart symbool.

Vanuit Rijkswaterstaat komt een samenvatting van de opgedane ervaringen beschikbaar. Het GNMI zal met de VNG kijken naar het stimuleren van deelautogebruik via de standaardverordeningen die aan gemeenten worden aangeboden.

Green Deal zero emissie stadslogistiek

Binnen deze Green Deal werken ruim 100 deelnemers aan de snelle verduurzaming van de bevoorrading van de binnensteden. Vanuit TLN werd een toelichting gegeven op lopende initiatieven in enkele steden en de wijze waarop gemeenten een beleidsmatige stimulans kunnen geven.

In de publieke perceptie zijn het vooral de pakketdiensten die veel vervoersbewegingen veroorzaken. Toch is maar 4% van de huidige vervoersbewegingen gerelateerd aan het afleveren van pakketten aan consumenten en zakelijke klanten. Bouwtransport en de bevoorrading van winkels veroorzaken de meeste vervoersbewegingen. In enkele gemeenten zijn er daarom gerichte initiatieven genomen om de afzet van schone voertuigen te stimuleren. In een aantal steden wordt er samengewerkt tussen logistieke partijen en de gemeente door het bundelen van goederenstromen en de verruiming van de venstertijden voor de toelating van emissieloze voertuigen in afgesloten gebieden. Daarnaast nemen de experimenten met cargobikes en lichte elektrische voertuigen toe. Binnen de Topsector Logistiek wordt gewerkt aan de slimmere bevoorrading van horeca en food. Het blijft overigens wel de vraag in hoeverre consumenten verleid kunnen worden tot het maken van andere keuzes in hun koopgedrag, zodat de logistieke druk kan afnemen of beter verspreid kan worden. De beschikbaarheid van data is daarvoor cruciaal.