Berichten

Samen werken aan goed openbaar vervoer: drie voorstellen voor afstemming tussen gemeenten en vervoersautoriteiten

Het GNMI roept de provincies op om samen met gemeenten te werken aan de verbetering van het openbaar vervoer. Provincies en gemeenten hebben elkaar op dit vlak veel te bieden, maar weten elkaar niet altijd goed te vinden.
Goed openbaar vervoer levert een bijdrage aan de gemeentelijke opgaven binnen het sociaal domein en het zorgen voor een leefbare leefomgeving. Bovendien zijn de Nederlandse gemeenten de grootste wegbeheerder.
Er zijn dus goede redenen om de samenwerking te versterken. Daarom hebben de nieuwgekozen Provinciale Statenleden een informatiesheet met een aantal suggesties vanuit het ambtelijke gemeentelijke netwerk ontvangen. 

De provincies hebben de komende jaren veel te doen in het openbaar vervoer. In stedelijke omgevingen neemt de vraag naar goed OV toe, terwijl in het landelijk gebied en aan de rand van steden de vraag speelt onder welke voorwaarden een goed basisaanbod van collectief vervoer kan worden geregeld. Vanuit het provinciale ruimtelijke beleid is er tegenwoordig ook steeds meer aandacht voor de samenhang met bereikbaarheidsvraagstukken en de relatie tussen openbaar vervoer en een goede en schone leefomgeving. Toch verloopt de samenwerking niet altijd even soepel: gemeenten en provincies weten elkaar niet altijd even goed te vinden.
Daarom doet het GNMI een aantal praktische aanbevelingen:

  • Voor beide overheidslagen geldt dat de integratie van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer winst oplevert. Gemeenten worden de komende jaren geconfronteerd met een toenemende vraag naar doelgroepenvervoer, vooral vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, en provincies willen graag een rendabeler openbaar vervoersnetwerk ontwikkelen. Beleidsmatige en bestuurlijke afstemming kan beide uitgangspunten verenigen ;
  • Het zorgen voor een beheersbare klimaatverandering vraagt om investeringen in laadinfrastructuur. De huidige ontwikkelingen leiden ertoe dat er vooral op sectoraal niveau wordt gekeken naar laadinfrastructuur, terwijl de beschikbare ruimte en budgetten doelmatiger kunnen worden ingezet door laadinfrastructuur meervoudig in te zetten voor zowel het openbaar vervoer als het doelgroepenvervoer ;
  • Een goede afstemming tussen provinciaal ruimtelijk beleid en gemeentelijk wegbeheer kwaliteitswinst op. Kleine investeringen in doorstromingsmaatregelen en het afstemmen van OV-netwerkontwikkeling op het gemeentelijke wegbeheer pakken beter uit voor de collectieve portemonnee en de reiziger. Uiteraard geldt dit ook andersom: de afstemming tussen gemeentelijk ruimtelijk beleid en de provinciale aansturing van het OV-aanbod verdient ook aandacht. Daarnaast wordt de hele vervoersketen belangrijker: de positie van de fiets en voetganger is ondergewaardeerd in het OV-beleid. In enkele regio’s wordt voortvarend gewerkt aan de ontwikkeling van goede knooppunten tussen modaliteiten, zodat de reiziger op weg kan gaan met een optimaal aanbod. De ontwikkeling en het beheer van ketenvoorzieningen vraagt om het maken van goede beheersafspraken en het delen van investeringen.

De factsheet met tips voor het provinciale OV-beleid staat op de website van het GNMI en is toegezonden aan de 12 Provinciale Staten.

 

GNMI onderzoekt indicatiestellingen doelgroepenvervoer

De komende maanden onderzoekt het GNMI de kwaliteit van gemeentelijke indicaties voor het doelgroepenvervoer en de informatievoorziening aan klanten over vervoersvoorzieningen vanuit de gedecentraliseerde sociale wetgeving zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het GNMI voert dit onderzoek uit in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

In maart 2019 heeft het kabinet de vernieuwingsagenda Iedereen onderweg vastgesteld. De vernieuwingsagenda moet leiden tot een kwaliteitsverbetering voor inwoners die gebruik maken van vervoersvoorzieningen in het sociaal domein. Daardoor wordt hun participatie binnen de samenleving vergroot en neemt de kwaliteit van leven toe. Tegelijkertijd hebben gemeenten sinds de decentralisaties in het sociale domein te maken met een grotere vraag naar zorg en ondersteuning, met budgettaire druk als gevolg.
Binnen de vernieuwingsagenda wordt gewerkt aan een drietal doelstellingen: het stimuleren van het OV-gebruik, de efficiëntere organisatie van het doelgroepenvervoer en de integratie van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer. Concrete maatregelen zijn onder andere het verbeteren van de informatie over de toegankelijkheid van stations en haltes, het stimuleren van het OV-gebruik, reizigers meer regie geven over hun reis, betaalmogelijkheden en de verbetering van de dienstverlening aan reizigers.

GNMI onderzoekt stroomlijning van procedures en informatievoorziening over het doelgroepenvervoer
In opdracht van het ministerie van VWS onderzoekt het GNMI hoe de bestaande registratie- en indicatieprocedures voor het doelgroepenvervoer werken en waar er kwaliteitswinst vanuit het perspectief van de reiziger valt te halen. Daarbij wordt er ook gekeken naar de mogelijkheden voor een “centraal loket”, waar reizigers terecht kunnen voor informatie over het doelgroepenvervoer en het beheren van hun registratie- en indicatiegegevens.

 

 

GNMI Contactgroep OV over datagebruik in het doelgroepenvervoer en Toekomstbeeld OV 2040

De Contactgroep OV van het GNMI kwam op 6 juni bijeen in Haarlem. De gemeentelijke beleidsadviseurs OV werden door CROW-KpVV en CROW-NDOV bijgepraat over de ontwikkeling van kennisproducten rondom OV-data. Daarnaast gaf de gemeente Amsterdam een presentatie over hun aanpak om te komen tot één app voor gebruikers van het doelgroepenvervoer, waarmee alle informatie over reis, prijs en voertuig wordt gebundeld. Tenslotte werd er een presentatie gegeven over de stand van zaken van het Toekomstbeeld OV 2040. 

Dashboard deur-tot-deur

CROW-KpVV werkt momenteel aan de ontwikkeling van het Dashboard deur-tot-deur. Het dashboard verzamelt en ontsluit diverse datastromen die gerelateerd zijn aan de deur-tot-deurreis van de OV-reiziger. Dit varieert van voorzieningen op stations tot inzicht in het bereik van OV-diensten ten opzichte van woningen en arbeidsplaatsen. Onder andere gemeenten krijgen daardoor inzicht in de maatschappelijke en vervoerskundige prestaties van zowel het netwerk als ook de aanverwante voorzieningen. Op 21 juni is er een themabijeenkomst voor gemeenten geweest, waarin de mogelijkheden van het dashboard verkend werden aan de hand van een specifieke casus.

Ontsluiting van data van collectieve vervoersdiensten en doelgroepenvervoer 

Het CROW-NDOV gaf een update over de algemene ontwikkelingen rondom de verzameling en de ontsluiting van data rondom vervoersdiensten. Het NDOV is momenteel vooral de databank voor OV-reisdata maar ziet ook dat er toenemende vraag naar het ontsluiten van data van mobiliteitsdiensten ontstaat. Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn bijvoorbeeld de gegevensbescherming en de noodzaak om open datastandaarden te hanteren, zodat data uitwisselbaar zijn. Vanuit de gemeenten werd aangegeven dat er behoefte is aan de standaardisering en ontsluiting van data over het doelgroepenvervoer, zodat gemeenten en gebruikers meer inzicht krijgen in de dienstverlening. Dit is eigenlijk een gemeentelijke taak, maar de complexiteit maakt het een moeilijk te adresseren onderwerp.

De gemeente Amsterdam werkt aan de vraag hoe mensen met een mobiliteitsbeperking zo goed mogelijk geïnformeerd kunnen worden over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Daardoor krijgen de gebruikers meer vertrouwen in het openbaar vervoer. Op basis van meereizen en gericht onderzoek blijkt dat de diverse gebruiksgroepen allemaal verschillende wensen en eisen hebben, maar dat het gebrek aan een goede informatievoorziening mensen er van weerhoudt om meer gebruik te maken van het openbaar vervoer. De gemeente Amsterdam werkt daarom aan het ontwerpen van een app, gemaakt voor mensen met een motorische beperking. Het uitgangspunt wordt dat de reisapp informatie gaat bevatten voor alle typen reizigers, dus ook forenzen en gezinnen met een kinderwagen. Via een reisprofiel kunnen er specifieke voorkeuren door de reiziger worden ingesteld. Het gaat dan bijvoorbeeld over tarieven, reistijden, de toegankelijkheid van voertuigen en stations. Nu het ontwerp van de app rond is, wordt er gekeken naar de benodigde informatiestromen die ontwikkelaars nodig hebben om deze app te bouwen.

Vanuit de deelnemers aan de contactgroep werd er aangegeven dat veel gemeenten beleidsmatig inzetten op een verhoogd OV-gebruik van reizigers die nu nog afhankelijk zijn van het doelgroepenvervoer. Tegelijkertijd zijn de informatiestromen complex en hebben de meeste gemeenten geen ambtelijke capaciteit en weinig budget om echt werk te maken van een grondige aanpak rondom de informatievoorziening aan gebruikers. Aan de andere kant is de gebruikersvriendelijkheid voor de gemeentelijke organisatie ook belangrijk: sommige instrumenten zoals de Haltescan zijn erg complex en vragen veel inzet, terwijl de hanteerbaarheid in de praktijk tegenvalt.

Binnen het besloten GNMI-netwerk wordt een uitvraag gedaan onder de gemeenten over de knelpunten en behoeften van gemeenten. In kleiner verband zullen GNMI en NDOV verder kijken waar er kansen op samenwerking liggen.

Toekomstbeeld OV 2040

Eind 2016 heeft het kabinet de 8 inhoudelijke vertrekpunten voor het Toekomstbeeld OV 2040 vastgesteld. Deze beleidsvisie bevat de ambities van de Rijksoverheid, de opdrachtgevers voor het openbaar vervoer en de OV-bedrijven voor de ontwikkeling van het Nederlandse OV-netwerk en wil nieuwe ontwikkelingen, rondom deeleconomie, verstedelijking en digitalisering, een plek geven binnen het aanbod van vervoersdiensten. Momenteel worden er enkele hoofdlijnen uitgewerkt. Namens de landelijke procesgroep werd de werkstroom regionale en vraaggestuurde mobiliteit inhoudelijk toegelicht.

In de werkstroom Regionale en vraaggestuurde mobiliteit wordt onderzocht wat de invloed van enkele trends (vergrijzing, verstedelijking, digitalisering) op het OV-aanbod is en hoe we de vraaggestuurde mobiliteit en het OV kunnen stimuleren. Men wil daarin zicht krijgen op mogelijke (negatieve) effecten en het omgaan met innovaties. Daarbij wordt er ook gekeken naar de consequenties per type gebied, bijvoorbeeld (hoog)stedelijk versus platteland. De scenario’s proberen in kaart te brengen wat er werkt, wat het ontwikkeltempo moet zijn en wat er qua vervoersaanbod het beste bij bepaalde reizigersstromen past. Er is ook aandacht voor het in beeld brengen van de beleidsopties: wat moet er gebeuren om een bepaald effect te bereiken? Dit gaat van wetgeving over open data, tot nieuwe afspraken over de ruimtelijke ordening en beprijzing van piekuren. Een deel van de beleidsopties ligt dus op het bordje van de gemeenten.

Het GNMI-secretariaat zorgt voor de informatievoorziening over deze werkstroom richting de aangesloten gemeenten. Zij krijgen de mogelijkheid om generiek te reageren op de inhoudelijke voortgang, naast de bijdragen in de afzonderlijke regio’s. Daarnaast wordt er gedacht aan het organiseren van een aparte GNMI-themabijeenkomst voor gemeenten met het ministerie van I&W eind dit jaar.

VOC Contactgroep OV over geluidoverlast spoor en schaalgrootte concessiegebieden

Op 21 september 2017 kwamen gemeenten bij elkaar in de VOC Contactgroep OV. In dit overleg bespreken beleidsadviseurs de ontwikkelingen op het raakvlak van openbaar vervoer en gemeentelijk beleid. Op de agenda stond het landelijk programma voor de aanpak van geluidsoverlast door treinen. Daarnaast hebben de gemeenten elkaar geïnformeerd over de regionale ontwikkelingen in het openbaar vervoer en met name de risico’s die hangen aan de vergroting van concessiegebieden. De verbinding van het openbaar vervoer met de lokale maatschappelijke opgaven moet worden gewaarborgd.

Samenwerking ProRail en gemeenten bij geluidmaatregelen spoor

Voor het overleg waren ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de VNG uitgenodigd om de voortgang en de knelpunten te bespreken. Het is de spoorbeheerder er aan gelegen dat de belangrijkste knelpunten als eerste worden aangepakt en in overleg met de gemeenten en de bewoners te kijken of bijvoorbeeld raildempers, geluidsschermen of gevelisolatie een oplossing kunnen zijn. Het is daarbij zaak dat de spoorbeheerder en de gemeenten hun planproces goed op elkaar afstemmen. ProRail heeft hiervoor een handreiking voor gemeenten opgesteld. De VOC kijkt samen met de VNG naar de ervaringen van gemeenten en waar kansen liggen voor verbeteringen.

De VOC houdt lopende het programma contact met ProRail en het ministerie van IenM om de voortgang en de ontwikkelingen van het programma te bespreken. Daarbij heeft de VOC aangeboden om bij te dragen aan het ontsluiten van goede voorbeelden van procesafstemming van ProRail en gemeenten.

Het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) komt tevens terug op de agenda van het VOC IVO, waar we de voortgang bespreken ten aanzien van de geluidsmaatregelen voor snelwegen.

Let op synergienadelen bij grote OV-concessiegebieden

De gemeenten hebben in een ‘rondje langs de velden’ de actuele ontwikkelingen in het openbaar vervoer besproken in hun gemeente en regio. De aanwezigen gaven aan veel waarde te hechten aan deze manier van kennisuitwisseling omdat het de positie van de gemeente in de samenwerking met OV-opdrachtgevers en vervoerders sterker maakt en tegelijkertijd inspiratie biedt voor praktische en strategische vraagstukken binnen de gemeente. Het is ook vaak aanleiding om een discussie te voeren over een landelijke trend.

Het discussieonderwerp dat we hier uitlichten is de voorgenomen vergroting van concessiegebieden in Oost-Nederland. Met de voordelen die dit met zich meebrengt (synergie- en schaalvoordelen) moeten we volgens de aanwezige gemeenten de nadelen ervan zo goed mogelijk afvangen.

Gemeenten zien onder meer het risico op minder aandacht voor lokaal maatwerk. Denk aan de afstemming tussen het openbaar vervoer met de weginfrastructuur en het lokale ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid. Maar minstens zo belangrijk is de wisselwerking van het openbaar vervoer met gemeentelijke beleidsvelden zoals sociale zaken, leefbaarheid of werkgelegenheid.

Vergroting van de OV-concessies leidt mogelijk zelfs tot synergienadelen bij de integratie van het openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer vanwege grote verschil in schaalgrootte. We moeten dit punt apart uitlichten, allereerst voor de mensen die de overstap (willen) maken van het doelgroepenvervoer naar het openbaar vervoer, maar ook vanwege de maatschappelijk kosten.

Een oplossing zou kunnen liggen in per regio gemeenten structureel te betrekken bij de aansturing van het openbaar vervoer met bijvoorbeeld een formele adviesrol. De Contactgroep OV ziet graag dat deze punten een plaats krijgen in de verkenningen van de provincies naar de vergroting van de concessiegebieden van het openbaar vervoer. De gemeenten zullen dit zelf inbrengen in het debat met de eigen provincie en zien parallel hieraan een rol voor de VOC om als gemeenten samen op landelijk niveau aandacht hiervoor voor te vragen.