Berichten

Tweede Kamer wil onderzoek naar besteding BDU-gelden verkeer en vervoer voor gemeenten

Er komt een onderzoek naar de besteding van de Rijksuitkeringen aan provincies die zijn bestemd voor gemeentelijke mobiliteitstaken. De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2019 hiertoe met algemene stemmen een motie over aangenomen van het CDA-kamerlid Von Martels. Het onderzoek is belangrijk voor gemeenten, omdat het niet duidelijk is of gemeenten in de afgelopen vijf jaar voldoende geld hebben ontvangen via de provincies.

Tijdens de behandeling van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) heeft de VNG in overleg met het GNMI aandacht gevraagd voor een aantal gemeentelijke kwesties die raken aan de uitvoering van dit plan. Zo is het pleidooi om de gemeentelijke bijzondere opsporingsambtenaren meer bevoegdheden voor verkeershandhaving te geven herhaald. Daarnaast vroegen VNG en GNMI aandacht voor de financiële uitvoerbaarheid van de doelstellingen van het SPV voor gemeenten. Voorheen ontvingen gemeenten financiële bijdragen vanuit de toenmalige Brede doeluitkering verkeer & vervoer van de provincies en de voormalige stadsregio’s als co-financiering van hun lokale verkeer- en vervoerstaken. Deze financiële bijdragen werden geïnvesteerd in verkeersveiligheid, doorstroming OV, verkeersmanagement en de fiets.

Deze brede doeluitkering is in 2015 overgeheveld naar het Provinciefonds en de beide vervoersregio’s MRDH en VRA. Op basis van een inventarisatie door het GNMI blijkt dat er sindsdien veel subsidieregelingen zijn geschrapt en het is onduidelijk hoe de provincies sinds 2015 zijn omgegaan met de BDU-middelen richting gemeenten. Voor het behalen van veel strategische beleidsdoelstellingen is het wel nodig dat gemeenten kunnen rekenen op het financieel bijspringen door de provincies. GNMI en VNG hebben daarom gepleit voor een onafhankelijk onderzoek naar de besteding van de BDU-middelen sinds de overheveling naar het provinciefonds in 2015. Tijdens de behandeling van het SPV heeft het Tweede Kamerlid Von Martels (CDA) hiervoor bij een motie aandacht gevraagd. Het GNMI is verheugd dat de Tweede Kamer hiermee unaniem heeft ingestemd en denkt graag mee met de Rijksoverheid over de uitvoering.

GNMI Intergemeentelijk verkeersoverleg over Nationale Omgevingsvisie en verkeersveiligheid

Vertegenwoordigers van Nederlandse gemeenten hebben in Venlo tijdens het strategisch mobiliteitsoverleg (IVO) van het GNMI advies uitgebracht over het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en over de Nationale Omgevingsvisie. Daarnaast is stilgestaan bij de belangrijkste vraagstukken die in de gemeenten spelen op het gebied van bereikbaarheid. In het bijzonder is stilgestaan bij de logistieke opgaven rondom de ontwikkeling van Greenport Venlo. De bijeenkomst vond plaats op 29 juni 2018 in het stadskantoor van de gemeente Venlo.

Nationale Omgevingsvisie

Eind dit jaar wordt de ontwerp-Nationale Omgevingsvisie gepubliceerd. In de Nationale Omgevingsvisie beschrijft de Rijksoverheid het ruimtelijk strategische beleid voor Nederland. Ten aanzien van mobiliteit spelen onder meer de verstedelijking, de bereikbaarheid van landelijke gebieden, de klimaatopgaven en digitalisering van de samenleving een belangrijke rol. Voor het gemeentelijke mobiliteitsbeleid is de Nationale Omgevingsvisie belangrijk als nationaal kader voor het lokale mobiliteitsbeleid. Het IVO biedt aan om als gemeenten met de Rijksoverheid mee te denken over de nadere invulling van het thema mobiliteit in de Nationale Omgevingsvisie.

Strategisch Plan Verkeersveiligheid

De VNG nam de stand van zaken van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV2030) door met het IVO. Het SPV2030 is een plan van de Rijksoverheid en koepels van decentrale overheden dat moet bijdragen aan de verbetering van de verkeersveiligheid in Nederland. Het gedrag van de verkeersgebruiker speelt hierbij een belangrijke rol. De gemeenten hebben zich in het IVO gebogen over de inhoudelijke thema’s van het SPV2030. Daarnaast is gesproken over het belang dat per regio andere prioriteiten moeten kunnen worden gesteld. Aan de andere kant is het van belang dat wegbeheerders maatregelen goed met elkaar afstemmen. Daarnaast vinden de gemeenten het belangrijk dat de handhaving in 30-kilomterzones beter wordt. Dit kan door de gemeentelijke opsporingsambtenaren meer bevoegdheden te geven en wellicht maken technische ontwikkelingen het mogelijk om in de toekomst doelgerichter in te zetten op snelheidscontrole in de woonwijken.

Ontwikkelingen in de gemeenten

De gemeenten hebben een voorstel besproken om een gezamenlijke verkenning te doen naar de belangrijkste knelpunten die gemeenten ervaren in nationale wetgeving bij het vormgeven en uitvoeren van beleid. Daarnaast hebben de gemeenten elkaar geïnformeerd over de ontwikkelingen van lokale en regionale mobiliteitsprojecten en beleidsvraagstukken. In het bijzonder is stilgestaan bij de logistieke vraagstukken die spelen bij de ontwikkeling van Greenport Venlo.

GNMI Intergemeentelijk Verkeersoverleg over verkeersveiligheid, stedelijke logistiek en elektrische deelmobiliteit

Op vrijdag 13 april kwam het GNMI Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO) bijeen in Amsterdam. Er werd gesproken over de voortgang van het Strategische plan verkeersveiligheid, de recente City Deal elektrische deelmobiliteit in stedelijke gebiedsontwikkeling en de Green Deal zero emissie stadsdistributie. Na de vergadering vond een werkbezoek plaats aan de in aanbouw zijnde Gaasperdammerwegtunnel (A9).

Strategisch plan verkeersveiligheid

De VNG gaf een update over de stand van zaken rondom het Strategisch plan verkeersveiligheid (SPV 2020). Het SPV 2020 beoogt een forse reductie van het aantal verkeersslachtoffers en wil daarvoor de samenwerking tussen overheid, maatschappelijke partners en handhavingsorganisaties verbeteren. Belangrijke aandachtspunten zijn de organisatie van de samenwerking en het aandragen van inhoudelijke bouwstenen voor het plan. De gemeenten wezen daarbij op het belang van de aansluiting op de gemeentelijke praktijk. Ook moeten de financiële effecten van maatregelen die het SPV 2020 vereist goed inzichtelijk worden gemaakt. Een aandachtspunt is de borging van de kwaliteit van het ambtelijke opdrachtgeverschap: verkeersveiligheid is een complexe opgave met name voor kleine en middelgrote gemeenten. Tenslotte werd opgemerkt dat de samenwerking met maatschappelijke partners zoals onderwijsinstellingen en schadeverzekeraars belangrijk is om de forse reductie van het aantal verkeersslachtoffers te bewerkstelligen. Tijdens het volgende IVO, op 29 juni in Venlo, wordt de voortgang van de ontwikkeling van het SPV 2020 besproken.

City Deal elektrische deelmobiliteit in stedelijke gebiedsontwikkeling

Rijkswaterstaat verzorgde de inbreng over de nieuwe City deal over het stimuleren van elektrische deelmobiliteit bij gebiedsontwikkelingsprojecten. Deze City Deal richt zich op het versnellen en goedkoper maken van bouwprojecten door de inzet van deelmobiliteitsconcepten. Hierdoor neemt ook het ruimtebeslag voor het faciliteren van de parkeervraag van motorvoertuigen af. Enkele grote gemeenten en projectontwikkelaars dragen deze City Deal in een aantal harde gebiedsontwikkelingsprojecten.

De gemeenten gaven aan dat deze aanpak kansrijk is. Er vindt in het stedelijke gebied een verschuiving van het bezit naar het gebruik van voertuigen plaats. Veel bewoners willen ook dat de hoge parkeerdruk in de openbare ruimte wordt aangepakt en er is letterlijk geen ruimte om een verdere groei van het aantal motorvoertuigen op te vangen. Bij deze projecten moet wel gestuurd worden op een goed aansluitend gebied met parkeerregulering. Een ander aandachtspunt is de houdbaarheid van de afspraken tussen gemeenten en projectontwikkelaars over de kostenverdeling, het ruimtebeslag voor eventuele parkeerfaciliteiten en de samenhang met de parkeerregulering in het openbare gebied. Verder valt op dat goede beleidscommunicatie bijdraagt aan de slagingskans van deelconcepten, bijvoorbeeld door het hanteren van een apart symbool.

Vanuit Rijkswaterstaat komt een samenvatting van de opgedane ervaringen beschikbaar. Het GNMI zal met de VNG kijken naar het stimuleren van deelautogebruik via de standaardverordeningen die aan gemeenten worden aangeboden.

Green Deal zero emissie stadslogistiek

Binnen deze Green Deal werken ruim 100 deelnemers aan de snelle verduurzaming van de bevoorrading van de binnensteden. Vanuit TLN werd een toelichting gegeven op lopende initiatieven in enkele steden en de wijze waarop gemeenten een beleidsmatige stimulans kunnen geven.

In de publieke perceptie zijn het vooral de pakketdiensten die veel vervoersbewegingen veroorzaken. Toch is maar 4% van de huidige vervoersbewegingen gerelateerd aan het afleveren van pakketten aan consumenten en zakelijke klanten. Bouwtransport en de bevoorrading van winkels veroorzaken de meeste vervoersbewegingen. In enkele gemeenten zijn er daarom gerichte initiatieven genomen om de afzet van schone voertuigen te stimuleren. In een aantal steden wordt er samengewerkt tussen logistieke partijen en de gemeente door het bundelen van goederenstromen en de verruiming van de venstertijden voor de toelating van emissieloze voertuigen in afgesloten gebieden. Daarnaast nemen de experimenten met cargobikes en lichte elektrische voertuigen toe. Binnen de Topsector Logistiek wordt gewerkt aan de slimmere bevoorrading van horeca en food. Het blijft overigens wel de vraag in hoeverre consumenten verleid kunnen worden tot het maken van andere keuzes in hun koopgedrag, zodat de logistieke druk kan afnemen of beter verspreid kan worden. De beschikbaarheid van data is daarvoor cruciaal.

VOC Intergemeentelijk Verkeersoverleg over harmonisatie milieuzones, bescherming van recreatieve netwerken en toegankelijkheid

Op vrijdag 16 februari kwam het VOC Intergemeentelijk Verkeersoverleg bijeen in Den Haag. Er werd gesproken over de harmonisatie van de milieuzones, de effecten van de Omgevingswet op de bescherming van recreatieve fiets- en wandelnetwerken en vanuit CROW-KpVV werd een interessante presentatie verzorgd over toegankelijkheid van openbare ruimte en mobiliteit.

Harmonisatie milieuzones: ruimte voor lokale autonomie is belangrijk 

Als onderdeel van het Tweede Mobiliteitspakket wil de Europese Commissie gaan kijken naar de harmonisatie van milieuzones. De Commissie realiseert zich dat veel steden willen werken aan een schonere lucht en daarom kijken naar de beperking van emissies door het gemotoriseerd verkeer.
Aan de andere kant is er ook een sterke lobby vanuit de transport- en logistieksector die de milieuzones ziet als inbreuk op de interne markt en graag meer ordening ziet in de onderbouwing en regulering van milieuzones. In Nederland speelt de discussie inmiddels ook: het regeerakkoord Rutte-III zet in op één uniforme systematiek van milieuzones.

VOC en VNG-team Europa willen graag via de Europese gemeentenkoepel ECMR aandacht vragen voor de milieuzones. Daarbij is het uitgangspunt dat de lokale autonomie voorop moet blijven staan als het tot een vorm van harmonisatie komt. De lokale autonomie is belangrijk omdat de problematiek rondom luchtkwaliteit en klimaatverandering steeds meer om flinke ingrepen en ruimte voor lokaal maatwerk vragen. Via milieuzones kan er worden bijgedragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Tijdens het Intergemeentelijk Verkeersoverleg is benadrukt dat het behalen van schaalniveau, samen optrekken en kennisdeling cruciaal zijn om de benodigde ruimte voor het gemeentelijke beleid breed te houden.
De positie van kleine en middelgrote gemeenten is daarbij een aandachtspunt.

De VOC neemt deel aan de landelijke werkgroep die de harmonisatie van milieuzones onderzoekt en zorgt met het VNG-team Europa voor afstemming met de gemeentenkoepel ECMR. Daarnaast zal de gemeente Nijmegen, tevens VOC-lid, haar ervaringen over het partnership urban mobility, waarin enkele steden en lidstaten onder andere werken aan voorstellen voor duurzame mobiliteit, gaan delen met het Intergemeentelijk Verkeersoverleg. Het onderwerp duurzame mobiliteit komt terug in het volgende Intergemeentelijk Verkeersoverleg op 13 april aanstaande, waarin o.a. wordt ingegaan op de verduurzaming van stadsdistributie en het voorgenomen landelijke klimaat- en energieakkoord.

Doorwerking Omgevingswet op mobiliteitsonderwerpen

Tijdens het Intergemeentelijk Verkeersoverleg is er gesproken over de doorwerking van de Omgevingswet op mobiliteitsonderwerpen. CROW-KpVV en VOC zijn bezig met de organisatie van een aantal inhoudelijke bijeenkomsten over mobiliteitsonderwerpen die geraakt worden door de Omgevingswet en om lokale afwegingen vragen. Daarnaast zijn een aantal instructieregels op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving Omgevingswet in voorbereiding. Deze instructieregels geven aan hoe gemeenten ingrepen of beleidsvoorstellen juridisch moeten motiveren in het Omgevingsplan.
Dit geldt in het algemeen voor infrastructurele maatregelen maar ook voor de bescherming van landelijk aangewezen recreatieve netwerken voor fietsers en wandelaars.

Voor deze netwerken wil de wetgever een zwaardere motiveringsnorm inzetten. Dat kan op praktische bezwaren stuitten. Deze netwerken hebben vaak geen primaire functie in het gemeentelijke infrastructuurnetwerk maar worden in de toekomst wel zwaarder planologisch beschermd.
Bij doorsnijdingen, routewijzigingen en ruimtelijke ontwikkelingen moet het college van B&W dus goed onderbouwen de belangenafweging heeft plaatsgevonden. De gemeenten hebben als standpunt ingenomen dat de beoogde bescherming moet opwegen tegen het belang van de routes in het lokale netwerk, waarbij het stimuleren van gezond bewegen en recreatie overigens wel belangrijke aspecten zijn.

Toegankelijke samenleving: VN-verdrag heeft ook gevolgen voor mobiliteit

Vanuit CROW-KpVV werd een presentatie verzorgd over de gevolgen van het nieuwe VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking.

Dit verdrag is sinds 2016 geldig voor Nederland en neemt de toegankelijkheid van de samenleving voor mensen met een beperking als uitgangspunt. De invoering van dit verdrag betekent dus ook dat verplaatsen een aspect is dat aandacht verdient. Voor de desbetreffende doelgroepen staan mobiliteit op 1, 2 en 3 omdat er vanzelfsprekend behoefte is aan ontmoeting en verbinding met andere mensen.
Voor gemeenten betekent dit dat er goed moet worden nagedacht over de toegankelijkheid van het vervoer, de infrastructuur en de openbare ruimte. Dat begint vaak al met de kwaliteit van looproutes.

CROW-KpVV ontwikkelt methodieken waarbij de gebruikers de toegankelijkheid kunnen beoordelen. Het kenniscentrum constateert wel dat veel informatie ontbreekt en er nog niet vanuit een integrale visie wordt gewerkt. Toch is dat wel noodzakelijk omdat de vergrijzing en het langer thuis laten wonen van mensen ook vragen om een faciliterende en dus goed ingerichte leefomgeving.
Daarbij kunnen gemeenten ook nadenken over de maatschappelijke baten van ingrepen en beleidsmaatregelen, omdat de indirecte baten van bijvoorbeeld goede looproutes hoger kunnen zijn dan het bijbenen van steeds verder stijgende zorgkosten. Toegankelijke infrastructuur en openbare ruimte kunnen dus leiden tot besparingen op de collectieve uitgaven voor zorg en maatschappelijke ondersteuning.
Ook dit aspect wordt verder bekeken door CROW-KpVV in samenwerking met het Kenniscentrum Sport.

 

 

 

 

 

VOC Intergemeentelijk verkeersoverleg discussieert over speed-pedelecs en LEV’s

Tijdens de bijeenkomst van het Intergemeentelijk Verkeersoverleg van de VOC op 29 september 2017 in Apeldoorn spraken de gemeenten over de plaats op de weg van speed-pedelecs en over de ontwikkeling van lichte elektrische voertuigen (LEV’s). De VOC stelt voor om de ervaringen van gemeenten te delen.

Speed-pedelecs en de plaats op de weg
Eén van de onderwerpen die tijdens het overleg van de gemeenten in Apeldoorn aan bod kwam was de plaats op de weg van elektrische fietsen die een snelheid kunnen halen van 45 kilometer per uur. Wat betreft maximale snelheid zijn de speed-pedelecs daarmee vergelijkbaar met een bromfiets, maar in de praktijk rijden deze fietsers vaak niet zo snel. Bovendien hebben ze het uiterlijk van een fiets en zijn ook een stuk lichter dan een brommer. Omdat speed-pedelecs sinds dit jaar volgens de verkeerswetgeving vallen onder de categorie brommer moeten zij net als bromfietsers meerijden met het autoverkeer wanneer een fietspad verboden is voor bromfietsers. Dit levert discussies op over de verkeersveiligheid omdat automobilisten hier mogelijk door worden verrast en het voor fietsers ondanks de helmplicht onveilig zou zijn. Daarnaast reageert detectie-apparatuur van verkeerslichten niet goed op speed-pedelecs, kunnen automobilisten door verhoogde rijbaanscheidingen de fietsers niet veilig inhalen of is een weg simpelweg te druk.

De provincie Gelderland heeft de aanwezige gemeenten laten zien hoe zij als wegbeheerder om gaat met de discussie over de verkeersveiligheid en andere bezwaren. De provincie heeft een afwegingskader ontwikkeld op basis waarvan het speed-pedelecs op een aantal plekken toestaat op het fietspad, maar waar bromfietsers moeten kiezen voor de hoofdrijbaan. Dit doet de provincie Gelderland met het verkeersbord “fietspad” (G11) met als onderbord “Speed-pedelecs toegestaan”. Tijdens de presentatie wordt gediscussieerd over de juridische grondslag en de bewuste keuze van de provincie Gelderland om niet het verkeersbord brom/fietspad G12a met onderbord “uitgezonderd bromfietsers niet zijnde speed-pedelecs” te plaatsen.

De gemeenten in het IVO geven aan het dilemma ten aanzien van de plaats op de weg van de speed-pedelec te herkennen, maar hebben hiervoor nog geen vergelijkbaar beleid ontwikkeld. Het afwegingskader van de provincie Gelderland wordt beschikbaar gesteld via het VOC-netwerk.

Ontwikkelingen van LEV’s
Een ander onderwerp dat in de vergadering van het VOC IVO ruim aandacht kreeg zijn de lichte elektrische voertuigen (LEV’s). Deze relatief nieuwe groep voertuigen bestaat uit een variëteit aan modellen, uiteenlopend van Segways en opvouwbare “fietsen zonder trappers”, tot aan elektrische bakfietsen, elektrische brommers, kleine elektrische auto’s of geschakelde “golfkarretjes”. Tijdens een presentatie van BOVAG konden de gemeenten kennis maken met de LEV’s en werden de mogelijkheden besproken die de voertuigen bieden. Een aantal LEV’s kan goed gebruikt worden in het voor- en natransport, maar ook als vervoermiddel van begin- naar eindbestemming. Vooral in gebieden die slecht zijn ontsloten met het openbaar vervoer kunnen LEV’s een uitkomst bieden, maar ook in binnensteden waar de druk op de ruimte groot is en de luchtkwaliteit onder druk staat.

BOVAG nodigt gemeenten uit om nieuwe LEV-ontwikkelingen te volgen en waar mogelijk te ondersteunen met pilots. De VOC houdt zich aanbevolen om voorstellen voor pilots te delen met gemeenten. De VOC kan daarnaast een platform bieden om de ervaringen die zijn opgedaan met de pilots te delen met het gemeentelijk netwerk en andere geïnteresseerde partijen.

VOC Intergemeentelijk Verkeersoverleg over de Omgevingswet en elektrisch laden voertuigen

Op 2 juni kwam het VOC Intergemeentelijk Verkeersoverleg bijeen in Den Haag. De aanwezige gemeenten bespraken de invoering van de Omgevingswet in relatie tot mobiliteit en de voortgang van het Rijksbeleid over elektrisch laden van voertuigen. 

Omgevingswet in relatie tot mobiliteit

Vanuit Mobycon werd er een presentatie gegeven over de invoering van Omgevingswet en de benodigde inzet vanuit het beleidsveld mobiliteit. Mobiliteitsopgaven staan niet meteen op het netvlies maar zijn cruciaal bij het uitrollen van het gemeentelijk ruimtelijk beleid en de vertaling daarvan in regelgeving. Binnen de gemeentelijke praktijk is integraal denken en handelen cultureel gezien de normaalste zaak van de wereld, maar in praktische zin moeilijk te organiseren. Het is in ieder geval zaak dat het beleidsveld mobiliteit goed wordt betrokken en de kans pakt om het beleid onder de loep te nemen. De Omgevingswet biedt gemeenten immers ruimte om eigen afwegingen te maken. Op concreet niveau kan er gedacht worden aan de toepassing van parkeernormen of juist het stimuleren van andere vormen van mobiliteit, emissienormen en toegankelijkheid. CROW pakt dit thema onder andere met de VOC verder op. In september wordt er binnen het Intergemeentelijk Verkeersoverleg verder over gesproken.

Stand van zaken  rijksbeleid  elektrisch rijden

Vanuit het ministerie van Economische Zaken werd de stand van zaken op het gebied van elektrisch rijden toegelicht. Het ministerie werkt momenteel aan een routekaart elektrisch rijden. Op basis van deze routekaart wordt er gezocht naar verbindingen tussen topsectoren en bedrijven op dit vlak. Nederland is op dit moment een koploper op het gebied van slim laden. In veel omliggende landen ligt de nadruk op het laden van voertuigen, terwijl in Nederland al verder wordt gekeken naar “slim laden” door het efficiënt omgaan met het elektriciteitsverbruik tijdens het laadproces en het balanceren tussen afname en het totale elektriciteitsnetwerk. Ook de toegang tot de oplaadpalen is vrij uniek geregeld door het inloggen met een persoonlijke pas. Algemeen valt op dat er in Nederland al een hoge standaardisering is bereikt rondom het oplaadsysteem, terwijl er in andere landen sprake is van meerdere aanbieders die meerdere systeemstandaarden hanteren. Vanuit de Green Deal Elektrisch Vervoer en het Nationaal programma Luchtkwaliteit wordt er ingezet op uniformering van de eisen voor laadpalen. Vanuit het ministerie is er nog een extra rijksbijdrage van €1.5 miljoen beschikbaar gesteld voor de plaatsing van laadpalen in gemeenten. Dit betekent dat er €500,- per paal aan rijkssubsidie beschikbaar is.

Een cruciale slagingsfactor is de beschikbaarheid van oplaadsystemen en voertuigen. Het omslagpunt hierin is bijna bereikt. Dit komt ook doordat grote spelers zoals IKEA gratis laden in de parkeergarage aanbieden.

Vanuit gemeenten komen vooral de ruimtelijke kwaliteit en de parkeerdruk als pijnpunten naar boven. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de hoeveelheid laadpalen die in de openbare ruimte geplaatst moeten worden. Daarnaast moeten er aparte parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen via een verkeersbesluit worden aangewezen. Dit beperkt de beschikbare parkeerplaatsen voor andere voertuigen, waardoor de parkeerdruk stijgt. Vanuit de VNG is er een handreiking over elektrisch laden beschikbaar.

Toegankelijkheid en binnenstedelijk bouwen

De gemeenten bespraken ook de ontwikkelingen rondom binnenstedelijk bouwen en parkeren. De parkeernorm verdwijnt uit het bouwbesluit en moet via een bestemmingsplan worden geregeld. Aan de andere kant vormen parkeernormen en de fysieke faciliteiten vanwege kosten en ruimtebeslag een hinderpaal. Gemeenten zoeken naar mogelijkheden om toch te voorzien in de mobiliteitsbehoefte van bewoners, zonder dat er gekozen moet worden voor suboptimale oplossingen zoals parkeerplaatsen.

Vanuit het CROW werd aangegeven dat de inwerkingtreding van het VN-verdrag voor de gelijke rechten van mensen met een beperking ook consequenties heeft voor het mobiliteitsbeleid. Op een later moment wordt teruggekomen op de concrete vertaling van het VN-verdrag naar de gemeentelijke mobiliteitspraktijk.

Middagprogramma: groot onderhoud Raamweg in Den Haag

In het middagprogramma gaf de gemeente Den Haag een presentatie over het groot onderhoud aan de Raamweg, een van de grote verkeersaders binnen de stad. De IVO-deelnemers werden meegenomen in de dilemma’s en uitdagingen van dit grootschalige onderhoudsproject en brachten vervolgens een bezoek aan deze locatie.

 

 

VOC Intergemeentelijk Verkeersoverleg over Europese mobiliteit en verkeersveiligheid

Tijdens de bijeenkomst van het intergemeentelijk verkeersoverleg van de VOC op 31 maart in Utrecht hebben gemeenten zich laten informeren over Europese subsidies. Daarnaast stond op het programma het Rli-advies aan de regering over het mobiliteitsbeleid en hebben de gemeenten gediscussieerd met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu over het landelijke verkeersveiligheidsbeleid. Afsluitend nam CROW-Fietsberaad de gemeenten mee in de ontwikkelingen in het fietsparkeren bij stations.

Europese mobiliteit

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft de gemeenten bijgepraat over de Europese subsidies rondom mobiliteit. De Europese Commissie zet in op duurzaamheid, verkeersveiligheid en de impact van transportsystemen op de leefbaarheid van Europese steden. Het onderzoeksprogramma Horizon2020, dat zich richt op duurzaam vervoer, krijgt binnenkort mogelijk een vervolg. De VOC gaat RVO helpen bij het inzichtelijk maken van de problematiek en wensen van gemeenten qua mogelijkheden voor mobiliteitsontwikkelingen, zodat de Europese Commissie bij het opstellen van een eventueel vervolgprogramma hier rekening mee kan houden.

Rli-advies aan de regering over mobiliteitsbeleid

In januari heeft de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) het rapport Dichterbij en sneller gepresenteerd. In het rapport adviseert Rli de regering om in het toekomstige landelijke mobiliteitsbeleid de nadruk te leggen op de bereikbaarheid van de stedelijke regio’s. In het advies wordt een nieuwe manier van denken over bereikbaarheid bepleit en worden enkele instrumenten voorgesteld. Dit zou het mogelijk moeten maken om bereikbaarheidsvraagstukken niet enkel met nieuwe infrastructuur op te lossen. Eén van de manieren om hierin te voorzien is het ombouwen van het Infrastructuurfonds naar een Bereikbaarheidsfonds. Dit fonds kan ook bijdragen aan de meerjarige exploitatie van bereikbaarheidsmaatregelen. De gemeenten en de Rli hebben op verkennende wijze gediscussieerd over de rol die de gemeenten in kunnen nemen.

Verkeersveiligheid

De Rijksoverheid en de decentrale overheden werken aan een methode om de verkeersveiligheid te verbeteren. Vanaf de jaren ’90 is door de overheden gewerkt aan het project Duurzaam Veilig, waarbij vooral is ingezet op de inrichting van wegen en op verkeerseducatie. Gemeenten zouden graag zien dat dit wordt opgevolgd door meer handhaving op straat. Om minder afhankelijk te zijn van de prioriteitstelling door de politie zouden gemeenten een rol kunnen spelen door de invoering van de bestuurlijke boete voor lichte verkeersovertredingen en de uitbreiding van de bevoegdheden van gemeentelijke handhavers voor dergelijke strafbare feiten. Tegelijkertijd zijn er kansen om met bestaande middelen meer te bereiken. Hiervoor wordt onderzoek gedaan naar de methode van de ‘risicogestuurde aanpak’. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zal het IVO in de toekomst informeren over de ontwikkelingen en inhoudelijk bespreken met de gemeenten.

Fietsparkeren op stations

Na de ondertekening van het bestuursakkoord waarin afspraken staan over de rolverdeling tussen de partijen die verantwoordelijk zijn voor het fietsparkeren op stations gaan overheden per regio en gezamenlijk de situatie, opgave en plannen in kaart brengen. De provincies en vervoerregio’s maken hiervoor een plan van aanpak. Ondertussen praten de landelijke partijen met vertegenwoordigers van decentrale overheden over de algehele voortgang. Daarnaast zullen we gezamenlijke afspraken moeten maken over de rolverdeling en financiering voor ná 2020, waarbij het voor gemeenten belangrijk is dat de verantwoordelijke partijen de kosten en opbrengsten goed onderling verdelen.

Over het IVO

Het Intergemeentelijk Verkeersoverleg is een adviesorgaan van de VOC. Gemeenten bespreken in het IVO beleidsontwikkelingen op het gebied van het wegverkeer. Het IVO probeert een brug te slaan tussen Rijksbeleid en gemeentelijke praktijk bij nieuwe beleidsontwikkelingen en wetgeving. Het IVO adviseert samen met het OV-adviesorgaan van de VOC, de Contactgroep, het VOC Dagelijks Bestuur. Het IVO en de Contactgroep komen vijf maal per jaar bijeen, iedere keer in een andere gemeente. De besprekingen in het IVO en de Contactgroep die leiden tot een standpunt zijn te vinden de website van de VOC.

Kopfoto IVO fietsers

VOC Intergemeentelijk verkeersoverleg over autodelen en ontsluiting data infrastructuur

Op vrijdag 3 februari kwam het Intergemeentelijk Verkeersoverleg bijeen om te spreken over actuele mobiliteitsontwikkelingen. De deelnemende gemeenten spraken in Arnhem over onder andere de Green deal autodelen, veiligheid bij spoorwegovergangen en het Nationaal Wegenbestand.

Opzet en werkwijze Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO)

Het IVO is de voormalige ambtelijke adviesgroep over mobiliteitszaken van de VNG. Het IVO heeft zich per januari 2017 aangesloten bij de VOC als ondersteunende partij. In het IVO wisselen bestuursadviseurs van de betrokken gemeenten kennis en standpunten over mobiliteitsontwikkelingen en landelijk beleid uit. Vervolgens worden standpunten uitgedragen naar het ministerie, de Tweede Kamer en andere partijen.  Het IVO wordt gevoed door partijen zoals Rijkswaterstaat, Prorail, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en kennisplatform CROW. De VOC overlegt met andere partijen zoals SWOV en Vexpan over hun bijdrage aan de inhoudelijke agenda.

Het IVO komt ieder kwartaal bijeen in een gastgemeente. In de ochtenduren wordt er gesproken over actuele ontwikkelingen, gereageerd op wetgevingstrajecten die gemeentelijke mobiliteit raken en advies gegeven over standpunten die bestuurlijk kunnen worden ingenomen namens de aangesloten gemeenten. De VOC zal daar vervolgens handen en voeten aan geven. Sommige dossiers worden ook inhoudelijk opgepakt via de VNG-commissie Milieu, energie en mobiliteit. In de middaguren geven kenniscentra, marktpartijen en andere overheidsvertegenwoordigers presentaties over ontwikkelingen op mobiliteitsgebied en is er ruimte voor de gastgemeente om de IVO-deelnemers te informeren over een project of stedelijke ontwikkeling rondom mobiliteit.

Green deal autodelen

Als eerste inhoudelijke punt werd de Green deal autodelen toegelicht door Rijkswaterstaat. De Rijksoverheid, gemeenten, verzekeraars en aanbieders van leaseauto’s willen het autodelen stimuleren. Zij zetten in op een groei naar 100.000 beschikbare deelauto’s in 2018. De Green Deal Autodelen wil partijen samenbrengen om kennis te delen, belemmeringen weg te nemen en concrete acties uitzetten om deze doelstelling te halen.In 2014 waren er 15.000 deelauto’s. Het aantal deelauto’s neemt wel toe en de Rijksoverheid wil deze groene vorm van mobiliteit snel stimuleren. Autodelen zorgt, naast de vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen, ook voor een verschuiving van voertuigbezit naar het delen van voertuigen en kan dus ook een oplossing zijn voor wijken met een hoge parkeerdruk. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moeten gemeenten wel rekening houden met de aanleg van infrastructuur en een vorm van parkeerregulering die aansluit bij de behoefte van gebruikers. Gemeenten zoeken ook naar methoden om het deelautogebruik planologisch goed te regelen door te kijken of het delen van auto’s bij nieuwbouwprojecten gestimuleerd kan worden via de voorwaarden van de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan. Vast staat dat gemeenten nog de nodige barrières moeten overwinnen om het deelautogebruik te stimuleren. Het IVO komt dan ook terug op dit onderwerp.

Platform incidentenanalyse overwegen

De VOC neemt deel aan het platform incidentenanalyse overwegen van Prorail. Via dit platform wil Prorail het onderzoek naar de verbetering van de veiligheid van spoorwegovergangen begeleiden en oplossingen aandragen. De VOC let daarbij goed op de belangen van gemeenten: zij hebben een rol als wegbeheerder en overwegen liggen vaak op routes die veel gebruikt worden door fietsers en voetgangers. Er speelt dus ook een afweging tussen veiligheid en bereikbaarheid van inwoners en bedrijven.

Nationaal Wegenbestand

In het middagprogramma werden er twee presentaties gegeven.

Rijkswaterstaat presenteerde het proces dat moet leiden tot het Nationaal Infrastructuurhuis. Het Nationaal Infrastructuurhuis moet de opvolger worden van het Nationaal Wegenbestand,  waarin alle eigenschappen van wegen bij elkaar zijn gebracht. Het Nationaal Wegenbestand bevat brondata voor het maken van beleid en het plannen van werkzaamheden aan de infrastructuur, zoals milieugegevens, verkeersmodellen en overzichten van werkzaamheden en strooiroutes. Maar Rijkswaterstaat wil verder gaan en via het Infrastructuurhuis het ontsluiten van data voor slimme vormen van mobiliteit en dienstenaanbieders mogelijk maken. In de toekomst past het Infrastructuurhuis dus bij de nieuwe Omgevingswet, waarvan een van de leidende principes is dat de overheid alle data over de leefomgeving toegankelijk en beschikbaar maakt. Overheden, burgers en ondernemers kunnen vervolgens op basis van deze data beleid maken, hun leefomgeving beheren en nieuwe producten ontwikkelen. Rijkswaterstaat haalt momenteel informatie op over de eisen en eigenschappen waaraan het Nationaal Infrastructuurhuis moet voldoen. De VOC heeft zich bij dit traject aangesloten als vertegenwoordiger van de gemeenten.

Inkomsten fietsparkeren op stations

De VOC is betrokken bij het Landelijke bestuursakkoord fietsparkeren op stations. Dit akkoord regelt de financiering van nieuwe fietsenstallingsplaatsen bij treinstations. Ondanks deze afspraken wegen kosten en baten niet tegen elkaar op. Gemeenten moeten veel geld bijleggen om de exploitatietekorten te dekken. In opdracht van de VOC hebben studenten van Windesheim Flevoland mogelijkheden voor nieuwe inkomsten van stationsfietsenstallingen onderzocht. Er kan bijvoorbeeld worden gestuurd op het inzetten van advertentieruimte, vastgoedexploitatie in de stallingen, het aanbieden van commerciële diensten zoals een pakketautomaat of het stimuleren van dubbelgebruik van de stallingen in de avonduren. Maar geen van deze oplossingen zorgt uiteindelijk voor een forse reductie van het exploitatietekort.

Verdere planning IVO

Het IVO komt op 31 maart weer bijeen. Dan zal ook de planning van onderwerpen voor de komende tijd worden doorgenomen. De aangesloten gemeenten willen in ieder geval verder spreken over o.a. de uitwerking van de Green deal autodelen, verkeersveiligheid en zero emissie van voertuigen.

Meer weten over het Intergemeentelijk Verkeersoverleg? Neem dan contact op met IVO-secretaris Reinard Noordergraaf, reinard.noordergraaf@vng.nl of telefoonnummer 06-15573209.

 

 

 

 

Belangenbehartiging mobiliteit en infrastructuur

Samen werken aan lokale bereikbaarheid: ons aanbod aan Nederlandse gemeenten

Samen werken aan lokale bereikbaarheid. Onder deze noemer verstuurt de VOC de komende tijd een aanbod aan Nederlandse gemeenten om zich te verenigen in een structurele belangenvereniging voor mobiliteit en infrastructuur.

De VOC wil naast openbaar vervoer en doelgroepenvervoer ook andere mobiliteitsonderwerpen gaan oppakken. Dit hebben de 26 VOC-gemeenten afgelopen januari besloten. De VOC ziet hiertoe de kans, nu mobiliteit en infrastructuur niet meer vanzelfsprekend op de agenda van de VNG staan. Gemeenten hebben nu geen landelijke speler die opkomt voor hun belangen bij mobiliteitsontwikkelingen en landelijke discussies, terwijl de druk op de lokale bereikbaarheid toeneemt. Naast onze bestaande werkzaamheden, gaan wij aan de slag met het benaderen van Nederlandse gemeenten om zich bij de VOC aan te sluiten. Daardoor kan de VOC  een rol spelen bij de belangenbehartiging en advisering van gemeenten over een breder palet aan mobiliteitsonderwerpen. Deze groei willen wij stap-voor-stap gaan uitbouwen.

De VOC start met de ondersteuning van het Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO). Dit overleg was in het verleden de ambtelijke adviescommissie van de VNG. In het IVO wisselen gemeenten kennis uit over ontwikkelingen in thema’s als parkeren, fietsbeleid, verkeersveiligheid en verkeersdata. Rijksoverheid, andere overheden, kennisinstellingen en belangenorganisaties kunnen via het IVO plannen voor nieuwe regelgeving, ideeën, maar ook problematiek die zij ervaren voorleggen aan gemeenten. Het IVO opereert parallel aan de Contactgroep, het VOC-gremium waarin aangesloten gemeenten openbaarvervoeronderwerpen bediscussiëren.

Gemeenten krijgen de komende weken een aanbod van de VOC over aansluiting. Maar wie alvast wil lezen wat de VOC wil gaan doen en wat onze visie over belangenbehartiging is: lees onze informatiebrochure of kijk op onze pagina Belangenbehartiging mobiliteit en infrastructuur.

 

 

VOC breidt werkveld uit naar mobiliteit

De VOC gaat naast openbaar vervoer ook andere mobiliteitsonderwerpen ondersteunen. Hiertoe heeft het Algemeen Bestuur van de VOC onlangs besloten. Het besluit volgt op het terugtrekken van de VNG in het verkeer- en vervoersdossier. De VOC zorgt voor een structurele belangenbehartiging van gemeenten en dienstverlening voor gemeenten op het gebied van mobiliteit. Openbaar vervoer blijft daarbij een belangrijk thema, maar geleidelijk aan voegen we andere mobiliteitsonderwerpen aan het pakket toe.

De VOC start met de opname van het Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO). Dit overleg was in het verleden onderdeel van het ambtelijke adviesproces van de VNG. In het IVO wisselen gemeenten kennis uit over ontwikkelingen in thema’s als parkeren, fietsbeleid, verkeersveiligheid en verkeersdata. Rijksoverheid, andere overheden en belangenorganisaties kunnen via het IVO plannen voor nieuwe regelgeving, ideeën, maar ook problematiek die zij ervaren voorleggen aan gemeenten. Het IVO opereert parallel aan de Contactgroep, het VOC-gremium waarin aangesloten gemeenten openbaarvervoeronderwerpen bediscussiëren.

De VOC gaat gemeenten die nog niet zijn aangesloten binnenkort een aanbod doen om in de toekomst ook te kunnen profiteren van de kennisuitwisseling en beleidsbeïnvloeding in het landelijke mobiliteitsbeleid.