Berichten

IVO 6 november: Toelatingskader LEV’s, Begroting IenW 2021, Normering werkgebonden personenmobiliteit en nog veel meer

Op vrijdag 6 november kwam het Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO) online bij elkaar. Op de agenda stond onder meer de outline voor het Toelatingskader voor LEV’s, de Normering van werkgebonden personenmobiliteit, hoe verder met de tijdelijke verkeersmaatregelen na coronatijd, het Tien-punten-plan van gemeenten met het oog op het nieuwe Kabinet en de Uitvoeringsagenda Zero-emissie Stadslogistiek.

Toelatingskader LEV’s

Robert Hulshof en Kate de Jager van het ministerie van IenW gaven inzicht op de outline voor het Toelatingskader voor LEV’s (lichte elektrische voertuigen). Zij vertelden over de verschillende soorten toelating (EU, nationaal en geen toelating), de verschillende categorieën LEV’s (lichte en zwaardere), toelating tot de weg en plaats op de weg, snelheden en gebruikseisen. Vanuit het IVO is vooral aandacht gevraagd voor de plaats op de weg, omdat de fietspaden vaak al overvol zijn, en de snelheden en omvang van de verschillende soorten LEV’s. We moeten voorkomen dat gemeenten straks gedwongen worden tot forse uitgaven vanwege noodzakelijke verbreding van de fietspaden. Het IVO denkt in het vervolg van het proces graag mee met de aanpassing van de regelgeving voor de LEV’s.

Begroting ministerie Infrastructuur en Waterstaat

Het IVO heeft kennisgenomen van de punten die door de VNG zijn ingebracht bij de Tweede Kamer. Het gaat hierbij om extra geld voor gemeenten voor de uitvoering van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid én de mogelijke invoering van 30 km/uur als norm binnen de bebouwde kom. Het IVO signaleert dat de uitvoeringskracht van gemeenten in het geding is, omdat het Rijk steeds meer kort op het Gemeentefonds én co-financiering vraagt voor het realiseren van rijksprojecten. Het Rijk denkt vaak ook niet genoeg mee met gemeenten.

Normering werkgebonden personenmobiliteit

Inge Drijfhout en Marco Martens van het ministerie van IenW gaven een presentatie over de nieuwe regeling voor normering van werkgebonden personenmobiliteit. Het gaat om bedrijven met meer dan 100 werknemers en voorlopig alleen om zakelijk gereden kilometers. De norm voor zakelijk verkeer is maximaal 96 gram CO2-uitstoot per gereisde zakelijke kilometer per 1 januari 2026. Werkgevers die boven die norm zitten, krijgen drie jaar de tijd voor verlaging. Er wordt in vierjaarlijkse cycli geëvalueerd. Van gemeenten wordt verwacht dat zij dit samen met de Regionale Uitvoeringsdiensten gaan controleren en handhaven.
Het IVO is inhoudelijk positief over de nieuwe regeling, maar vindt dat gemeenten moeten worden gecompenseerd voor de uitvoering van deze extra taak. Ook zijn extra stimuleringsmaatregelen gewenst. Gemeenten zijn zelf ook werkgever en kunnen moeilijk zichzelf controleren. Hiervoor moet een oplossing worden gezocht.

Tijdelijke verkeersmaatregelen na coronatijd

Het IVO sprak  over het structureel regelen van schoolstraten en fietsstraten na de coronatijd. Daarbij is ook de motie van de Tweede Kamer over 30 km/uur binnen de bebouwde kom als nieuwe norm betrokken. In verband met de veiligheid rondom scholen is het IVO positief over het structureel regelen van de schoolstraten/ schoolomgeving. Ten aanzien van de fietsstraten merkt het IVO op dat veel gemeenten hier al langer mee bezig zijn. Meer wettelijke status geven aan de fietsstraten is prima, maar dit moet niet ten koste gaan van het gemak en de snelheid waarmee deze kunnen worden gerealiseerd.

Tien-punten-plan gemeenten

Een aantal IVO-leden gaf input voor de beleidsthema’s die een plek moeten krijgen in het tien-punten-plan van gemeenten met het oog op het nieuwe Kabinet. Op basis van deze input wordt de keuze bepaald. Het gaat onder meer om de volgende thema’s: omdraaien prioritering mobiliteit (lopen, fietsen, OV, deelmobiliteit en eigen auto), meer geld voor lokale verkeer- en vervoertaken (fiets en verkeersveiligheid), anders betalen voor mobiliteit/betalen naar gebruik, meer bevoegdheden voor verkeershandhaving en vergoeding hiervoor, wettelijke status voor school- en fietsstraten en meer data verkeersongevallen. IVO meent dat het goed is om te beginnen met aangeven van de hogere doelen van gemeenten, zoals Klimaatakkoord, SPV en dergelijke. Het concept-Tien-punten-plan wordt volgende vergadering besproken.

Uitvoeringsagenda zero-emissie stadslogistiek

Het IVO heeft begrip voor aanpassing van de overgangsregeling voor bestelauto’s. Draagvlak van VNO/NCW en MKB-Nederland is belangrijk, ook voor de overleggen op lokaal niveau met het bedrijfsleven. Het is wel jammer dat het zo lang heeft geduurd. Meer communicatie richting gemeenten door het Rijk en meer regie is gewenst. Het GNMI zal in opdracht van het ministerie IenW gemeenten gaan ondersteunen door het maken/actualiseren van handreikingen en toezicht en handhaving nader uit te werken voor en samen met gemeenten.

Een virtuele tour door Utrecht, lichte elektrische voertuigen en de Europese richtlijn

In de GNMI Contactgroep Verkeersveiligheid van 2 juni 2020 wisselden vertegenwoordigers van gemeenten samen met belangenorganisaties, Rijksoverheid en kennisinstellingen hun ervaringen uit over actualiteiten en ontwikkelingen in het verkeersveiligheidsbeleid. Ze spraken over het toetsingskader voor lichte elektrische voertuigen, het SPV, corona en verkeersveiligheid, de nieuwe Europese richtlijn voor verkeersveiligheid, de registratie van landbouwvoertuigen en het werkprogramma van kennisinstituut CROW. De gemeente Utrecht nam de deelnemers virtueel mee naar verkeersveiligheidsprojecten in de stad.

Corona en verkeersveiligheid

Aan bod kwamen onder meer de maatregelen die gemeenten treffen in de straten in het kader van de coronacrisis. Het CROW heeft in samenwerking met onder andere het GNMI een notitie opgesteld over verkeersmaatregelen rond het opstarten van het basisonderwijs. Gemeenten hebben daarnaast gebruik gemaakt van het protocol van de Rijksoverheid over stedelijke mobiliteit in de anderhalvemetersamenleving, waar het GNMI en de VNG eveneens bij betrokken zijn geweest. Gemeenten geven aan dat de effecten van de coronacrisis op de verkeersveiligheid nog niet zichtbaar zijn, omdat de cijfers nog niet beschikbaar zijn.

Europese richtlijn verkeersveiligheid

Rijkswaterstaat informeerde de aanwezigen over de nieuwe Europese richtlijn voor verkeersveiligheid. Wegbeheerders moeten niet alleen voor autosnelwegen, maar ook voor autowegen verkeersveiligheidsbeoordelingen en inspecties uitvoeren. Daarnaast worden eisen gesteld aan markeringen, bebording en gegevensbeheer. Rijkswaterstaat gaat in overleg met het GNMI de gemeenten benaderen die een wegvak beheren die vallen onder de Europese regels.

Vraag naar kennis

CROW-KpVV heeft de contactgroep Verkeersveiligheid gevraagd aan welke kennis behoefte is. Dit helpt het kennisinstituut bij het opstellen voor het programma voor 2021. Gemeenten geven aan dat ze ondersteuning bij de volgende onderwerpen op prijs stellen: vertaling risicogestuurde aanpak naar maatregelen, inrichting van 30km/u-gebieden, verhouding verantwoordelijkheid weggebruiker en wegbeheerder, samenwerkingsvormen met bewoners, scholen en politie en het delen van kennis over succesvolle infrastructuurprojecten.

Strategisch Plan Verkeersveiligheid

De VNG heeft zich bij de subsidieregeling voor het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) ingezet voor een evenwichtige verhouding in de financiering door Rijksoverheid en decentrale overheden, inzet van het BTW-compensatiefonds en de mogelijkheid om snel aan de slag te kunnen gaan met projecten die binnen een jaar uitgevoerd kunnen worden. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laat weten dat gemeenten de mogelijkheid houden om bij de provincie of vervoerregio een verzoek neer te leggen om tot de eigen bijdrage van 50% financiering te komen. Het verzoek van gemeenten om ook bestaande plannen in te kunnen dienen is afgewezen. Alleen nieuwe investeringen in verkeersveiligheid komen in aanmerking voor cofinanciering door de Rijksoverheid.

Registratie landbouwvoertuigen

De Dienst Wegverkeer (RDW) meldt dat het wetsvoorstel voor registratie- en kentekenplaatplicht van (land)bouwvoertuigen inmiddels door de Eerste en Tweede Kamer is goedgekeurd. De wetswijziging heeft ook gevolgen voor de maximumsnelheid voor (land)bouwvoertuigen en de APK-plicht voor snelle (land)bouwtrekkers. Gemeenten en de andere wegbeheerders bepalen met welke snelheid (land)bouwvoertuigen op welke wegen mogen rijden. CROW stelt hiervoor richtlijnen op. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2021 in werking.

Lichte elektrische voertuigen

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is in gesprek met vertegenwoordigers van belangenorganisaties en andere overheden over mogelijke toekomstige toelatingscriteria voor lichte elektrische voertuigen (LEV’s). Het gaat om technische eisen aan het voertuig, regels voor de bestuurder en met welke snelheid op welk deel van de weg het voertuig mag rijden. Verkeersveiligheid staat voorop. Daarnaast wordt, waar mogelijk, uitgegaan van Europese regels. Uniformiteit van de regels staat voorop, maar gemeenten geven aan dat zij in bepaalde gevallen een uitzondering moeten kunnen maken. De ANWB heeft met het concept ‘Verkeer in de Stad’ een goed conceptueel model waar naar kan worden gekeken bij het maken van een indeling naar voertuigcategorieën. Dit najaar wordt het vervolgproces om te komen tot nieuwe regelgeving bekend gemaakt.

Verkeersveiligheidsprojecten in Utrecht

De vergadering van de Contactgroep Verkeersveiligheid vindt normaal gesproken plaats bij één van de aangesloten gemeenten. De groep wordt dan meegenomen naar verkeersveiligheidsvraagstukken die in de gemeente spelen. Deze vergadering vond online plaats. De beleidsadviseurs van de gemeente Utrecht hebben de deelnemers van de vergadering daarom virtueel meegenomen naar verschillende locaties in de stad. Ter plekke gaf één van de collega’s een toelichting op wat de gemeente Utrecht heeft gerealiseerd, of in de toekomst wil realiseren en de afwegingen daarbij. Aan bod kwamen locaties in de binnenstad en in Overvecht. Het GNMI bedankt de gemeente Utrecht en de medewerkers die hier aan hebben meegewerkt voor hun inzet voor dit bijzondere werkbezoek.

De volgende bijeenkomst van de GNMI Contactgroep Verkeersveiligheid staat gepland voor 6 oktober in Emmen (of online). Meer informatie en aanmelden.

Praat je mee tijdens het online IVO overleg?

Op vrijdag 19 juni 2020 is er een online IVO (intergemeentelijk verkeersoverleg) van 10.00 tot uiterlijk 12.30 uur.  In verband met de coronacrisis is de IVO-vergadering van eind maart niet doorgegaan. Daarom zijn de meeste agendapunten van toen doorgeschoven naar 19 juni.

Onderwerpen die aan bod komen:

  • Rondje langs de gemeenten met speciale aandacht voor de gevolgen van de coronacrisis: de anderhalve meter samenleving in de openbare ruimte.
  • Toelating van lichte elektrische voertuigen (lev’s) in Nederland: toelichting op Position paper van de Nederlandse Micro Mobiliteit Coalitie en een presentatie door het ministerie van IenW over de toelatingskaders voor lev’s.
  • Het werkprogramma CROW-KpVV 2021
  • Stand van zaken Uitvoeringsagenda Nul-emissie stadslogistiek en Zero emissie straattaxivervoer
  • VNG-zaken mobiliteit (onder andere terugblik uit de commissies RWM en EKEM)

De bijeenkomst is voornamelijk voor de coördinatoren mobiliteit van gemeenten. Ook vertegenwoordigers van andere overheden en kennisinstellingen zijn welkom. Heb je interesse om deel te nemen? Meld je aan via onderstaand formulier.

Aanmeldformulier

Aanmelden IVO 19 juni 2020

VOC Intergemeentelijk verkeersoverleg discussieert over speed-pedelecs en LEV’s

Tijdens de bijeenkomst van het Intergemeentelijk Verkeersoverleg van de VOC op 29 september 2017 in Apeldoorn spraken de gemeenten over de plaats op de weg van speed-pedelecs en over de ontwikkeling van lichte elektrische voertuigen (LEV’s). De VOC stelt voor om de ervaringen van gemeenten te delen.

Speed-pedelecs en de plaats op de weg
Eén van de onderwerpen die tijdens het overleg van de gemeenten in Apeldoorn aan bod kwam was de plaats op de weg van elektrische fietsen die een snelheid kunnen halen van 45 kilometer per uur. Wat betreft maximale snelheid zijn de speed-pedelecs daarmee vergelijkbaar met een bromfiets, maar in de praktijk rijden deze fietsers vaak niet zo snel. Bovendien hebben ze het uiterlijk van een fiets en zijn ook een stuk lichter dan een brommer. Omdat speed-pedelecs sinds dit jaar volgens de verkeerswetgeving vallen onder de categorie brommer moeten zij net als bromfietsers meerijden met het autoverkeer wanneer een fietspad verboden is voor bromfietsers. Dit levert discussies op over de verkeersveiligheid omdat automobilisten hier mogelijk door worden verrast en het voor fietsers ondanks de helmplicht onveilig zou zijn. Daarnaast reageert detectie-apparatuur van verkeerslichten niet goed op speed-pedelecs, kunnen automobilisten door verhoogde rijbaanscheidingen de fietsers niet veilig inhalen of is een weg simpelweg te druk.

De provincie Gelderland heeft de aanwezige gemeenten laten zien hoe zij als wegbeheerder om gaat met de discussie over de verkeersveiligheid en andere bezwaren. De provincie heeft een afwegingskader ontwikkeld op basis waarvan het speed-pedelecs op een aantal plekken toestaat op het fietspad, maar waar bromfietsers moeten kiezen voor de hoofdrijbaan. Dit doet de provincie Gelderland met het verkeersbord “fietspad” (G11) met als onderbord “Speed-pedelecs toegestaan”. Tijdens de presentatie wordt gediscussieerd over de juridische grondslag en de bewuste keuze van de provincie Gelderland om niet het verkeersbord brom/fietspad G12a met onderbord “uitgezonderd bromfietsers niet zijnde speed-pedelecs” te plaatsen.

De gemeenten in het IVO geven aan het dilemma ten aanzien van de plaats op de weg van de speed-pedelec te herkennen, maar hebben hiervoor nog geen vergelijkbaar beleid ontwikkeld. Het afwegingskader van de provincie Gelderland wordt beschikbaar gesteld via het VOC-netwerk.

Ontwikkelingen van LEV’s
Een ander onderwerp dat in de vergadering van het VOC IVO ruim aandacht kreeg zijn de lichte elektrische voertuigen (LEV’s). Deze relatief nieuwe groep voertuigen bestaat uit een variëteit aan modellen, uiteenlopend van Segways en opvouwbare “fietsen zonder trappers”, tot aan elektrische bakfietsen, elektrische brommers, kleine elektrische auto’s of geschakelde “golfkarretjes”. Tijdens een presentatie van BOVAG konden de gemeenten kennis maken met de LEV’s en werden de mogelijkheden besproken die de voertuigen bieden. Een aantal LEV’s kan goed gebruikt worden in het voor- en natransport, maar ook als vervoermiddel van begin- naar eindbestemming. Vooral in gebieden die slecht zijn ontsloten met het openbaar vervoer kunnen LEV’s een uitkomst bieden, maar ook in binnensteden waar de druk op de ruimte groot is en de luchtkwaliteit onder druk staat.

BOVAG nodigt gemeenten uit om nieuwe LEV-ontwikkelingen te volgen en waar mogelijk te ondersteunen met pilots. De VOC houdt zich aanbevolen om voorstellen voor pilots te delen met gemeenten. De VOC kan daarnaast een platform bieden om de ervaringen die zijn opgedaan met de pilots te delen met het gemeentelijk netwerk en andere geïnteresseerde partijen.