Nieuwsbericht

Gemeentelijk parkeerbeleid: ‘de pijn zit in de verandering’

Parkeerbeleid is al lang geen op zichzelf staand beleidsterrein meer. Professor Bert van Wee, emeritus-hoogleraar Transportbeleid aan de TU Delft, ziet een duidelijke ontwikkeling richting integratie van parkeerbeleid binnen bredere mobiliteits- én ruimtelijke beleidskaders. Toch zijn er nog flinke stappen te zetten.
16 april 2025 | 2 minuten lezen
  Naar integraal parkeerbeleid “De integratie met mobiliteitsbeleid komt steeds beter van de grond. De koppeling met ruimtelijk beleid loopt echter nog achter,” vindt Bert van Wee. “Een positieve uitzondering vormen de binnensteden, waar parkeerbeleid vaak al wordt afgestemd op gebiedskenmerken. Toch ligt er vooral in nieuwe stedelijke ontwikkelgebieden nog een grote kans. Beperk het aantal parkeerplaatsen, reserveer ze vooral voor deelauto’s en minder validen. Zo creëer je ruimte voor meer en betaalbare woningen en versterk je de leefbaarheid.”   Experimenteren is leren Steeds meer gemeenten durven te experimenteren met restrictief parkeerbeleid, bijvoorbeeld door het terugdringen van parkeerplaatsen of het aanscherpen van vergunningstelsels. Van Wee moedigt dit aan: “Experimenteren is leren. Dan is een zware onderbouwing niet altijd nodig.” Toch benadrukt hij dat beleidsmaatregelen wel degelijk een duidelijke onderbouwing verdienen, zeker als het om structureel beleid gaat. “Laat zien waarop je je keuzes baseert, zowel kwalitatief als kwantitatief.”   Tijd voor een eerlijke verdeling Met circa 175 km² aan grotendeels onbetaalde parkeerruimte zit er volgens Van Wee zo’n 70 miljard euro aan ‘stilstaand kapitaal’ in de Nederlandse steden. Daarbij komen aanleg- en onderhoudskosten die nu ook door niet-autobezitters worden gedragen. Bert: “Vanuit een rechtvaardigheidsperspectief is het logisch dat autobezitters meebetalen. Gemeenten moeten dan wel goed uitleggen waarom ze betaald parkeren invoeren – óók als er op het eerste gezicht geen parkeerdruk is.”   Waterbedeffect voorkomen Een bekend risico van restrictief parkeerbeleid is het waterbedeffect: auto’s die uitwijken naar omliggende wijken. Volgens Van Wee kunnen gemeenten dit effect beperken door vooraf gedragseffecten in te schatten en het gebied van betaald of vergunning parkeren strategisch groter te maken. Cruciaal daarbij is transparante communicatie met bewoners: “Laat zien wat andere, vergelijkbare gemeenten hebben gedaan en wat het effect was. Of begin klein, en breid pas uit als het nodig blijkt.”   Overbrug de kloof tussen weerstand en winst De weerstand tegen nieuwe parkeermaatregelen is vaak groot, maar neemt meestal af na invoering. Toch blijven veel politici terughoudend. Van Wee: “Gebruik de ‘counterfactual check’: vraag mensen of ze er voorstander van zouden zijn het beleid terug te draaien als het al was ingevoerd. Vaak zijn ze dan ineens positiever. En: laat zien welke plannen in het verleden eerst omstreden waren maar nu breed gedragen worden – zowel lokaal als in andere steden.”   The pain is in the change De grootste weerstand zit vaak in de verandering zelf, niet in het eindresultaat, benadrukt Van Wee. Hij adviseert gemeenten om veel aandacht te besteden aan het implementatieproces. “Betrek een overtuigend boegbeeld, maak zichtbaar wie er op voor- of achteruitgaat, en wees helder over de maatschappelijke kosten van gratis parkeerruimte. En vooral: deel voorbeelden van andere gemeenten die al succesvol stappen hebben gezet.”