Van wandelambitie naar uitvoering in Gouda
Gemeenten formuleren ambities rond gezondheid, leefbaarheid en duurzame mobiliteit, maar worstelen met de vertaling naar concrete uitvoering. Voor de gemeente Gouda onderzocht Jordy Doevendans hoe een ambitieuze wandelvisie kan worden omgezet in praktische stappen.
Hij deed dit voor twee uiteenlopende gebieden: de historische binnenstad en de woonwijk Kort Haarlem. Inmiddels werkt hij bij de gemeente Gouda als adviseur wandel- en parkeerbeleid.
In zijn onderzoek Op weg naar Wandelvriendelijkheid laat Jordy zien dat het zelden ontbreekt aan visie. “Veel gemeenten willen wandelen stimuleren, maar weten niet goed hoe ze vrijgekomen ruimte moeten inrichten. Daardoor blijven ze hangen in losse maatregelen, zoals een recreatief ommetje of een kwaliteitsimpuls op één locatie,” zegt hij. Wat vaak ontbreekt, is een samenhangend stedelijk wandelnetwerk met duidelijke kwaliteitseisen en inzicht in waar mensen daadwerkelijk lopen.
Denken in een wandelnetwerk
De kern van zijn aanpak is het denken in een stedelijk wandelnetwerk. “In plaats van losse straten of projecten kijk ik naar de samenhang tussen routes en bestemmingen. Door die met elkaar te verbinden, zorg je ervoor dat iedereen toegankelijk zijn bestemming kan bereiken — of dat nu een verzorgingstehuis, groene buitenruimte of supermarkt is.”
Binnen dat netwerk onderscheidt hij drie niveaus: een hoofdnetwerk, basisnetwerk en recreatief netwerk. Het hoofdnetwerk bestaat uit de belangrijkste wandelroutes, waar de wandelaar prioriteit moet krijgen. “Niet elke straat kan alles zijn. Maar op hoofdwandelroutes moet de kwaliteit kloppen. Dáár moet je als gemeente keuzes durven maken over prioriteit tussen modaliteiten. Alleen dan kun je effectief investeren.” Wandelintensiteitsdata blijkt vooral waardevol in drukke, fijnmazige gebieden zoals de binnenstad. Daar laat data zien hoe inwoners en bezoekers de ruimte daadwerkelijk gebruiken. In woonwijken zijn routes vaak vanzelfsprekender en is data minder cruciaal. Belangrijk is dat gebruiksdata inzicht geeft in afwijkingen tussen de ‘technische waarheid’ en de praktijk, waardoor verborgen barrières zichtbaar worden.
Jordy Doevendans
Van analyse naar actie
Langs een vastgestelde hoofdroute bracht Jordy wandelknelpunten in kaart op het gebied van toegankelijkheid, veiligheid, comfort en beleving. Daarbij bleek dat problemen zich meestal opstapelen. “Een te smal trottoir, fietsverkeer door de wandelruimte, obstakels, een onveilige oversteek en geen zitplek. Samen maken die factoren wandelen onaantrekkelijk of onveilig.”
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was het perspectief van (tijdelijk) extra kwetsbare wandelaars. Samen met de Goudse Adviesraad voor mensen met een Beperking liep hij routes na. “Ontwerp je voor de meest kwetsbare wandelaar, dan ontwerp je automatisch beter voor iedereen.”
Praktisch en toepasbaar
De kracht van de methode zit in de praktische toepasbaarheid. Gemeenten kunnen werken met bestaande data, veldobservaties en interne kennis. “Je hebt geen ingewikkelde externe modellen nodig. De methode is transparant en helpt om het gesprek te voeren over prioriteiten en keuzes.”
Belangrijke uitgangspunten zijn:
- Werk met een hoofdwandelnetwerk om prioriteiten te bepalen.
- Gebruik een integraal afgewogen raamwerk met duidelijke randvoorwaarden voor investeringen.
- Zet wandelintensiteitsdata in waar routes niet vanzelfsprekend zijn of om barrières te ontdekken.
- Breng bestaande beleidsdoelstellingen samen en vertaal ze naar een meetbaar kader voor wandelvriendelijkheid.
Jordy presenteerde zijn aanpak onlangs bij GNMI. Zijn boodschap aan gemeenten is helder: wandelen vraagt om bewuste keuzes. Door te werken met een samenhangend netwerk en duidelijke kwaliteitseisen krijgen gemeenten grip op de opgave. Zo wordt wandelen een volwaardig onderdeel van beleid én uitvoering.
De methode in vijf stappen
Breng het basisnetwerk van bestaande voetgangersroutes in kaart.
Koppel het netwerk aan beleidsambities en stedelijke functies zoals winkels, zorg, scholen en OV-knooppunten.
Stem technische kennis af op werkelijk gebruik via data en gebruikersinput.
Bepaal het plusnetwerk: hoofdwandelroutes met prioriteit en hogere kwaliteitseisen.
Identificeer knelpunten op toegankelijkheid, veiligheid, comfort en beleving, aangevuld met veldonderzoek en gebruikersperspectief.


