Gepubliceerd op 26 juni 2018 door Alex Mink

GNMI Contactgroep OV over datagebruik in het doelgroepenvervoer en Toekomstbeeld OV 2040

De Contactgroep OV van het GNMI kwam op 6 juni bijeen in Haarlem. De gemeentelijke beleidsadviseurs OV werden door CROW-KpVV en CROW-NDOV bijgepraat over de ontwikkeling van kennisproducten rondom OV-data. Daarnaast gaf de gemeente Amsterdam een presentatie over hun aanpak om te komen tot één app voor gebruikers van het doelgroepenvervoer, waarmee alle informatie over reis, prijs en voertuig wordt gebundeld. Tenslotte werd er een presentatie gegeven over de stand van zaken van het Toekomstbeeld OV 2040. 

Dashboard deur-tot-deur

CROW-KpVV werkt momenteel aan de ontwikkeling van het Dashboard deur-tot-deur. Het dashboard verzamelt en ontsluit diverse datastromen die gerelateerd zijn aan de deur-tot-deurreis van de OV-reiziger. Dit varieert van voorzieningen op stations tot inzicht in het bereik van OV-diensten ten opzichte van woningen en arbeidsplaatsen. Onder andere gemeenten krijgen daardoor inzicht in de maatschappelijke en vervoerskundige prestaties van zowel het netwerk als ook de aanverwante voorzieningen. Op 21 juni is er een themabijeenkomst voor gemeenten geweest, waarin de mogelijkheden van het dashboard verkend werden aan de hand van een specifieke casus.

Ontsluiting van data van collectieve vervoersdiensten en doelgroepenvervoer 

Het CROW-NDOV gaf een update over de algemene ontwikkelingen rondom de verzameling en de ontsluiting van data rondom vervoersdiensten. Het NDOV is momenteel vooral de databank voor OV-reisdata maar ziet ook dat er toenemende vraag naar het ontsluiten van data van mobiliteitsdiensten ontstaat. Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn bijvoorbeeld de gegevensbescherming en de noodzaak om open datastandaarden te hanteren, zodat data uitwisselbaar zijn. Vanuit de gemeenten werd aangegeven dat er behoefte is aan de standaardisering en ontsluiting van data over het doelgroepenvervoer, zodat gemeenten en gebruikers meer inzicht krijgen in de dienstverlening. Dit is eigenlijk een gemeentelijke taak, maar de complexiteit maakt het een moeilijk te adresseren onderwerp.

De gemeente Amsterdam werkt aan de vraag hoe mensen met een mobiliteitsbeperking zo goed mogelijk geïnformeerd kunnen worden over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Daardoor krijgen de gebruikers meer vertrouwen in het openbaar vervoer. Op basis van meereizen en gericht onderzoek blijkt dat de diverse gebruiksgroepen allemaal verschillende wensen en eisen hebben, maar dat het gebrek aan een goede informatievoorziening mensen er van weerhoudt om meer gebruik te maken van het openbaar vervoer. De gemeente Amsterdam werkt daarom aan het ontwerpen van een app, gemaakt voor mensen met een motorische beperking. Het uitgangspunt wordt dat de reisapp informatie gaat bevatten voor alle typen reizigers, dus ook forenzen en gezinnen met een kinderwagen. Via een reisprofiel kunnen er specifieke voorkeuren door de reiziger worden ingesteld. Het gaat dan bijvoorbeeld over tarieven, reistijden, de toegankelijkheid van voertuigen en stations. Nu het ontwerp van de app rond is, wordt er gekeken naar de benodigde informatiestromen die ontwikkelaars nodig hebben om deze app te bouwen.

Vanuit de deelnemers aan de contactgroep werd er aangegeven dat veel gemeenten beleidsmatig inzetten op een verhoogd OV-gebruik van reizigers die nu nog afhankelijk zijn van het doelgroepenvervoer. Tegelijkertijd zijn de informatiestromen complex en hebben de meeste gemeenten geen ambtelijke capaciteit en weinig budget om echt werk te maken van een grondige aanpak rondom de informatievoorziening aan gebruikers. Aan de andere kant is de gebruikersvriendelijkheid voor de gemeentelijke organisatie ook belangrijk: sommige instrumenten zoals de Haltescan zijn erg complex en vragen veel inzet, terwijl de hanteerbaarheid in de praktijk tegenvalt.

Binnen het besloten GNMI-netwerk wordt een uitvraag gedaan onder de gemeenten over de knelpunten en behoeften van gemeenten. In kleiner verband zullen GNMI en NDOV verder kijken waar er kansen op samenwerking liggen.

Toekomstbeeld OV 2040

Eind 2016 heeft het kabinet de 8 inhoudelijke vertrekpunten voor het Toekomstbeeld OV 2040 vastgesteld. Deze beleidsvisie bevat de ambities van de Rijksoverheid, de opdrachtgevers voor het openbaar vervoer en de OV-bedrijven voor de ontwikkeling van het Nederlandse OV-netwerk en wil nieuwe ontwikkelingen, rondom deeleconomie, verstedelijking en digitalisering, een plek geven binnen het aanbod van vervoersdiensten. Momenteel worden er enkele hoofdlijnen uitgewerkt. Namens de landelijke procesgroep werd de werkstroom regionale en vraaggestuurde mobiliteit inhoudelijk toegelicht.

In de werkstroom Regionale en vraaggestuurde mobiliteit wordt onderzocht wat de invloed van enkele trends (vergrijzing, verstedelijking, digitalisering) op het OV-aanbod is en hoe we de vraaggestuurde mobiliteit en het OV kunnen stimuleren. Men wil daarin zicht krijgen op mogelijke (negatieve) effecten en het omgaan met innovaties. Daarbij wordt er ook gekeken naar de consequenties per type gebied, bijvoorbeeld (hoog)stedelijk versus platteland. De scenario’s proberen in kaart te brengen wat er werkt, wat het ontwikkeltempo moet zijn en wat er qua vervoersaanbod het beste bij bepaalde reizigersstromen past. Er is ook aandacht voor het in beeld brengen van de beleidsopties: wat moet er gebeuren om een bepaald effect te bereiken? Dit gaat van wetgeving over open data, tot nieuwe afspraken over de ruimtelijke ordening en beprijzing van piekuren. Een deel van de beleidsopties ligt dus op het bordje van de gemeenten.

Het GNMI-secretariaat zorgt voor de informatievoorziening over deze werkstroom richting de aangesloten gemeenten. Zij krijgen de mogelijkheid om generiek te reageren op de inhoudelijke voortgang, naast de bijdragen in de afzonderlijke regio’s. Daarnaast wordt er gedacht aan het organiseren van een aparte GNMI-themabijeenkomst voor gemeenten met het ministerie van I&W eind dit jaar.