Berichten

Taxi A12 Voorburg

Taxivervoer tijdens de coronacrisis

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft samen met Koninklijk Nederlands Vervoer, RIVM en Zorgverzekeraars Nederland twee protocollen opgesteld voor verantwoord taxi- en zorgvervoer tijdens de coronacrisis. Hierbij delen we deze protocollen omdat gemeenten met name een rol hebben op het toezicht op de naleving van het protocol voor regulier taxi- en zorgvervoer.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Van Nieuwenhuizen het volgende over de gevolgen van de coronacrisis voor het taxivervoer:

“Omdat juist in deze periode beschikbaarheid van vervoer van essentieel belang kan zijn, vervult het zorg- en taxivervoer momenteel een belangrijke functie. Net als bij OV is het uitgangspunt dat er alleen gebruik wordt gemaakt van een taxi, als er geen andere optie is. De gezondheid van zowel de chauffeur als de reiziger staat daarbij voorop. Het is daarom van belang dat zowel reizigers als taxiondernemers de adviezen van het RIVM ten aanzien van hygiëne en persoonlijke afstand opvolgen. Aansluitend op deze basisuitgangspunten vervoert een taxi alleen een passagier wanneer er sprake is van een afstand van minimaal 1,5 meter tussen chauffeur en passagier, of wanneer er een gesloten afscheiding is tussen de chauffeur en passagier. Daarnaast is het advies om maximaal één passagier tegelijkertijd te vervoeren, tenzij het personen van hetzelfde huishouden zijn.

In samenspraak met Koninklijk Nederlands Vervoer, RIVM en Zorgverzekeraars Nederland zijn er aanvullend twee protocollen opgesteld voor verantwoord taxi- en zorgvervoer. Eén protocol dat gebruikt kan worden voor regulier taxi-en zorgvervoer, maar ook een protocol met zeer specifieke richtlijnen die van toepassing zijn op het vervoer van personen met (het vermoeden van) COVID-19 virus. Beide protocollen zijn als bijlage bij deze brief toegevoegd en worden o.a. geplaatst op rijksoverheid.nl en de website van KNV.”

2020 03 Veilig_en_verantwoord_taxi-_en_zorgvervoer-1

2020 03 Noodzakelijk_zittend_vervoer_van_personen_met_(klachten_passend_bij)_COVID-19

 

 

Taxi A12 Voorburg

Gemeenten en Rijk samen aan de slag met verbetering van het lokale taxibeleid

De afgelopen maanden hebben gemeenten en Rijksoverheid samen onderzocht wat de meest effectieve mix van bevoegdheden en instrumenten is om de kwaliteit van het lokale taxivervoer te verbeteren. Een tiental gemeenten hebben aan dit proces deelgenomen, dat door het GNMI in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werd uitgevoerd. 

In het najaar van 2018 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer toegezegd dat Rijk en gemeenten een onderzoek doen naar de problematiek binnen de lokale taximarkt en te bekijken wat de meest effectieve mix van bevoegdheden en instrumenten is om deze problematiek op te lossen. Tegelijkertijd hebben enkele gemeenten die lid zijn van het GNMI ook verzocht om ondersteuning in het lokale taxibeleid door het ministerie van I&W.

In een aantal sessies hebben de deelnemers een beeld gekregen van de uitdagingen rondom de kwaliteitszorg en bestaande regelgeving in de lokale taximarkt. De gemeenten en het Rijk hebben ook bekeken op welke wijze de handhaving kan worden verbeterd, bijvoorbeeld door het gemakkelijker uitwisselen van gegevens tussen OM, politie, gemeenten, ILT en RDW.

Uit de sessies zijn een aantal aanbevelingen voortgekomen:

  • Onderzoek hoe gemeenten op basis van de bestaande wet- en regelgeving (zoals de Wet personenvervoer 2000, Gemeentewet, Wegenverkeerswet 1996) de gesignaleerde problematiek in het straattaxivervoer kunnen aanpakken en via lokale regelgeving kunnen reguleren. Dit kan bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een “menukaart lokale regelgeving straattaxivervoer” met een overzicht van regelgeving die in een lokale verordening kan worden opgenomen en het verkennen van eventuele lacunes in wettelijke grondslagen voor bevoegdheden ;
  • Onderzoek met ketenpartners hoe de uitwisseling van gegevens en de samenwerking in toezicht en handhaving verbeterd kunnen worden. Via een modelconvenant kunnen er praktische afspraken over toezicht en handhaving worden vastgelegd, waarbij er aandacht is voor uniforme toepassing.

Het is de bedoeling dat de aanbevelingen worden uitgewerkt naar concrete resultaten. De samenwerkende gemeenten en het Rijk verkennen hiervoor de mogelijkheden.

 

Taxi A12 Voorburg

Gemeenten in overleg met Rijksoverheid over verbetering straattaxibeleid

Gemeenten hebben tijdens een bijeenkomst met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de ontwikkelingen in het straattaxibeleid in kaart gebracht. De overheden hebben afgesproken om gezamenlijk te gaan zoeken naar oplossingen voor knelpunten in het taxibeleid. Gemeenten worden daarom uitgenodigd om aan te sluiten bij het GNMI Netwerk Taxi, het nieuwe gemeentelijk netwerk voor taxibeleid.

De bespreking vond plaats op 23 april in het kader van de GNMI Themabijeenkomst Taxi. De verkenning werd voorafgegaan door presentaties van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over de landelijke beleidsmatige en juridische context van het straattaxivervoer. Daarnaast hebben de overheden zich door vertegenwoordigers van de taxibranche laten bijpraten over de opzet en mogelijkheden van TX-Keur.

In de presentaties van de gemeente Utrecht en de gemeente ‘s-Hertogenbosch lag de nadruk op de ervaringen met het organiseren van de lokale vergunningen voor taxichauffeurs en de organisatorische inbedding van de handhaving van regelgeving. Beide presentaties bevatten een waardevolle opsomming van leerpunten en aanbevelingen die andere gemeenten goed verder kunnen helpen bij het vormgeven of verbeteren van het taxibeleid.

Uit de inventarisatie van de uitdagingen waar de gemeenten voor staan en de wensen die leven om het taxivervoer beter te kunnen faciliteren bleek dat de meeste knel- en vraagpunten zich niet beperken tot één gemeente of regio. Weliswaar is de intensiteit van problematiek in een grote stad veelal ook groter, maar de aard en de mechanismen zijn gelijksoortig. Mede om deze reden werd het pleidooi gehouden om als gemeenten meer samen op te trekken in het ontwerp van beleid en analyses en het delen van algemene kennis met elkaar.

Het GNMI zorgt er voor dat een vervolg wordt gegeven aan de Themabijeenkomst Taxi en zet een gemeentelijk platform op waar gemeenten onderling kennis kunnen uitwisselen over taxibeleid en samen kunnen werken aan de vraagstukken die voorliggen. Het GNMI Netwerk Taxi zal tevens worden gebruikt om de knel- en vraagpunten rondom het lokale taxibeleid te structureren. We zullen deze punten met de Rijksoverheid en andere landelijke partijen in de sector verder bespreken om te kijken welke oplossingen mogelijk zijn.

Het GNMI nodigt de gemeenten die nog niet zijn aangesloten bij het GNMI Netwerk Taxi uit om zich hier bij aan te sluiten. Vul hiervoor het formulier in onderaan de contactpagina op onze website.

Taxi A12 Voorburg

GNMI en I&W organiseren bijeenkomst over gemeentelijk straattaxibeleid

Het GNMI en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat organiseren op maandag 23 april een bijeenkomst voor gemeenten over het straattaxibeleid. Tijdens deze bijeenkomst wordt er geïnventariseerd welke kennisvragen er leven en is er ruimte voor de uitwisseling van ervaringen tussen gemeenten en het ministerie. De bijeenkomst wordt georganiseerd bij kennisplatform CROW-KpVV in Utrecht.

Afgelopen januari stuurde staatssecretaris Van Veldhoven een brief aan de Tweede Kamer over de ontwikkelingen binnen de de taxisector. De staatssecretaris heeft aan de Kamer toegezegd dat zij gemeenten wil bijstaan door expertise te leveren over de juridische kaders en de inzet van instrumenten om de kwaliteit van de taxisector te verbeteren. In de GNMI Contactgroep OV is het onderwerp ook diverse malen ter sprake gekomen omdat gemeenten signaleren dat er sprake is van een complex dossier met veel druk vanuit de sector en de lokale politiek. Tegelijkertijd is de beschikbare informatie over welke instrumenten gemeenten kunnen inzetten versnipperd en zoeken gemeenten naar praktijkervaringen over het gemeentelijk taxibeleid.

Tijdens de bijeenkomst wordt er daarom informatie verstrekt over de wettelijke mogelijkheden en kunnen er praktijkervaringen tussen gemeenten worden uitgewisseld. Mede op basis van de opbrengst zal het ministerie, in samenwerking met het GNMI, een praktisch toepasbare factsheet voor gemeenten maken. Deze factsheet komt later dit jaar beschikbaar. Deze bijeenkomst is kosteloos, uitsluitend voor gemeenten en er is plaats voor maximaal 25 deelnemers. Bij een hoger aantal deelnemers zullen we kijken naar het organiseren van een extra bijeenkomst.

Wat:  Informatieve bijeenkomst voor gemeenten over wettelijke kaders & uitwisseling ervaringen rondom het gemeentelijk taxibeleid

Waar:  CROW-KpVV, Jaarbeursplein 22, Utrecht

Wanneer: maandag 23 april 2018 van 10:30 tot 16:00 uur, inclusief lunch

Meer informatie: Alex Mink, alex.mink@vng.nl of 070-3738713

Inschrijven voor deze bijeenkomst

U kunt zich tot woensdag 18 april inschrijven voor deze bijeenkomst voor gemeenten. Uw gegevens worden beveiligd verstuurd en opgeslagen. Wij gebruiken uw gegevens uitsluitend voor de informatievoorziening over deze bijeenkomst, tenzij u uitzonderingen aangeeft.

 

 

 

Taxi A12 Voorburg

VOC Contactgroep OV over gemeentelijk taxibeleid, markttoegang tot OV-voorzieningen en duurzaam doelgroepenvervoer

De VOC Contactgroep OV kwam op 5 februari bijeen bij CROW-KpVV in Utrecht. De gemeentelijke beleidsadviseurs wisselden kennis en ervaringen uit over het gemeentelijke straattaxibeleid. Daarnaast werd er gesproken over de praktische consequenties van het voorstel van de Europese Commissie om publieke OV-voorzieningen toegankelijk te maken voor private vervoerders. Tenslotte werd de eerste verkenning naar een bestuursakkoord over de verduurzaming van het doelgroepenvervoer gepresenteerd. 

Gemeentelijk straattaxibeleid: complex dossier vraagt om meer samenwerking 

Staatssecretaris van Veldhoven heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat de regelgeving voor het straattaxivervoer, vastgelegd in de Wet Personenvervoer, goed functioneert maar dat het ministerie van I&W gemeenten wel meer wil gaan helpen om de de wet en de praktijk goed op elkaar af te stemmen. In een brief aan de Tweede Kamer schetst de staatssecretaris haar aanpak. 

De gemeenten gaven aan dat de omgang met straattaxi’s een complex politiek en maatschappelijk dossier is. De wet veronderstelt een optimaal functionerende markt. Toch zijn er regelmatig klachten vanuit de sector en klanten. Klanten klagen dat korte ritten worden geweigerd en hebben opmerkingen over hun behandeling door chauffeurs. Vanuit de sector klinkt er in veel gemeenten een roep om meer handhaving en regulering, vooral om concurrentie van elders te voorkomen. Veel ondernemers stellen ook flinke eisen aan de gemeente. Onderling lukt het maar mondjesmaat om tot overeenstemming te komen. De organisatiegraad is dus laag, wat beleidsontwikkeling en adequate handhaving vanuit gemeenten bemoeilijkt.

Veel gemeenten willen liever vallen onder het wetsartikel dat strengere eisen in een gemeentelijke taxiverordening toestaat. Artikel 82b van de Wet Personenvervoer regelt dat een zevental gemeenten vanwege de marktomvang van het straattaxivervoer aanvullende eisen mogen stellen rondom vergunningverlening, kwaliteitsnormen en toewijzen van standplaatsen.
Gemeenten kunnen op grond van artikel 82a Wet Personenvervoer toch eisen opleggen via een gemeentelijke verordening, bijvoorbeeld over betaalmogelijkheden en klantencontact. Verder biedt de Gemeentewet de nodige bevoegdheden om via de burgemeester in te zetten op de openbare orde en kan er via de Wegenverkeerswet gestuurd worden op ontheffingen voor busbaangebruik, toelating van emissiearme of emissievrije voertuigen tot bepaalde gebieden en standplaatsen.

Er is veel behoefte aan overleg en kennisdeling. Daarnaast moet er ook worden gekeken naar de actualiteit van de wettelijke regelgeving omdat er ook steeds meer andersoortige vervoersdiensten zoals Uber ontstaan. Tussen de VOC en het Ministerie van I&W is afgesproken dat wij worden meegenomen in de informatievoorziening tussen de zeven gemeenten met een zwaarder wettelijk regime en gaan werken aan een betere informatievoorziening. Concrete stappen daarin zijn bijvoorbeeld de organisatie van een informatiebijeenkomst en een factsheet gemeentelijk straattaxibeleid.

Krijgen marktpartijen ook afdwingbare toegang tot publieke OV-voorzieningen?

De Europese Commissie heeft het Tweede Europese Mobiliteitspakket gelanceerd. In dit Mobiliteitspakket zitten maatregelen rondom markttoegang en harmonisatie van regelgeving. Eén van de onderdelen van het pakket is het voorstel om publieke OV-voorzieningen toegankelijk te maken voor private vervoerders. Door het vrijgeven van de markt voor lange afstandsvervoer willen deze vervoerders ook onder gelijke voorwaarden toegang krijgen tot publieke OV-voorzieningen. Alle haltes, knooppunten en busstations met een minimale oppervlakte van 600 vierkante meter moeten in beginsel ook worden opengesteld voor private vervoerders die een aanvraag tot toegang indienen bij de wegbeheerder. In Nederland zijn deze voorzieningen vooral het eigendom van gemeenten, die ook steeds meer andere logistieke en ruimtelijke opgaven rondom OV-voorzieningen zien ontstaan. Het fietsgebruik groeit en daardoor neemt de vraag naar stallingscapaciteit toe. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt er vaak aangestuurd op compactere stationsomgevingen en vanuit vervoerskundig oogpunt geldt dat het bus- en treingebruik in veel steden fors toeneemt maar de stationsomgevingen te krap zijn bemeten om de reizigersstromen goed af te handelen. Bovendien is de infrastructuur vooral toegankelijk voor openbaar vervoer, bijvoorbeeld bij de prioritering van verkeerslichten.

Het is verleidelijk om vooral vanuit de gemeenten als infrastructuurbeheerder te denken. Toch speelt hier vooral de vraag vanuit de klant. De klant wil graag op lange afstanden gebruik maken van goedkoper lijngebonden vervoer. In de verdere uitwerking van het pakket is het dus vooral belangrijk om te kijken hoe gemeenten een aanvraag moeten beoordelen, welke criteria daarvoor gelden en of het bijvoorbeeld mogelijk is om vervoersstromen fysiek te blijven scheiden vanwege reizigersstromen, ruimtelijke eisen en logistieke processen. De VOC blijft zich met het team Europa van de VNG inzetten om deze zaken onder de aandacht te houden en de verdere uitwerking van het pakket op deze punten te verduidelijken.

Potentieel bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer

Het Ministerie van I&W laat een verkenning uitvoeren naar een potentieel bestuursakkoord over de verduurzaming van het doelgroepenvervoer. Dit bestuursakkoord legt afspraken vast tussen marktpartijen en een voorhoede van gemeenten over het leveren van emissieloze voertuigen. Er is onder marktpartijen veel interesse om mee te werken aan het leveren en financieren van voertuigen als een groep gemeenten zich garant stelt voor de afname van de voertuigen bij nieuwe aanbestedingen. In combinatie met het combineren van vervoersvragen en een betere planning leidt de instroom van emissieloze voertuigen uiteindelijk tot een milieubewuste inzet van het doelgroepenvervoer.

De gemeenten geven aan dat zij zulke ambities prima vinden maar er tegelijkertijd ook sprake is van krappe budgetten en veel verschillende financieringsstromen binnen het sociale beleid, met verschillende uitgangspunten en grote lokale autonomie. Deze aspecten wegen, evenals het behoud van de vervoerskwaliteit voor de klant, zwaar mee in de beoordeling door gemeenten van de inhoudelijke uitgangspunten van een bestuursakkoord. De verdere uitwerking van opgave ligt vooral bij de gemeentelijke diensten voor sociaal beleid en niet bij de vakspecialisten voor mobiliteit. Vanuit de VOC is in overleg met de VNG een digitale werkgroep opgezet waarin met gemeenten kan worden gekeken naar de uitgangspunten van dit bestuursakkoord. Wij nodigen gemeenten van harte uit om zich vrijblijvend aan te sluiten.

Q-Link Groningen

VOC Contactgroep OV over Q-Link Groningen, toekomstige organisatie van het OV en taxibeleid

Op 24 mei kwam de VOC Contactgroep OV bij elkaar in Groningen. In dit werkverband bespreken de VOC-gemeenten ontwikkelingen rondom collectief vervoer in relatie tot gemeentelijk beleid. Het kan dan gaan over taxibeleid, openbaar vervoer en doelgroepenvervoer. Tijdens deze bijeenkomst werden het HOV-concept Q-Link en de ontwikkeling van knooppunthaltes in de regio Groningen-Drenthe besproken. Daarnaast werd er gesproken over de behoefte aan ondersteuning in het gemeentelijke taxibeleid.

OV-bureau Groningen/Drenthe: gemeentelijke en provinciale samenwerking op OV-gebied

De OV-taken van de provincies Groningen en Drenthe zijn ondergebracht in het OV-bureau Groningen/Drenthe. De gemeente Groningen neemt deel aan deze samenwerkingsvorm. Daardoor heeft de gemeente Groningen ook een formele rol ten aanzien van het aanbod van het openbaar vervoer, naast haar wettelijke taak als wegbeheerder.
De provincie en gemeente investeren samen in nieuwe infrastructuur om de exploitatie te versterken. De terugverdientermijn van nieuwe infrastructurele maatregelen zoals busbanen of een recent geopende brug is gunstig omdat de exploitatiesubsidie vanwege een kortere rijtijd en hogere passagiersaantallen verlaagd kan worden. Het OV-bureau heeft ook gekozen voor een duidelijke visie op het OV-netwerk: na het schrappen van de tramplannen is er gekozen voor een hoogwaardig netwerk van snelle buslijnen op vrijliggende tracés, hoogwaardige haltevoorzieningen en doorkoppelingen tussen lijnen. Er wordt ook veel aandacht besteed aan marketing en het positioneren van het openbaar vervoer binnen de stad en omliggende dorpen. Dit is uitgewerkt in de formule Q-Liner, die gemiddeld 30% tot 40% reizigersgroei per verbinding laat zien.

Reishub: multimodaal overstappen 

Overstappunten in het openbaar vervoer zijn vaak functioneel ingericht en hebben daardoor een saaie uitstraling en beleving. Het OV-bureau werkt daarom aan het uitrollen van tientallen hubs in Groningen en Drenthe: multimodale overstappunten met een eigen uitstraling die past bij de omgeving en het gebruik. Daarnaast draagt de inrichting van hubs ook bij aan een efficiëntere exploitatie van vervoersvoorzieningen op het platteland: verbindingen en vervoersmogelijkheden zoals de fiets worden naar hubs geleid, zodat reizigers op een centraal punt kunnen op- of overstappen en sneller tussen hubs kunnen reizen. Er wordt bij de inrichting van de hubs expliciet gekeken naar de samenhang met en het ruimtelijk functioneren ten opzichte van omliggende functies zoals zorgvoorzieningen en scholen. Het OV-bureau signaleert wel dat de hub-vorming complex is vanwege lopende contracten, contacten met wegbeheerders en de complexe ordeningssituatie rondom de treinstations.

Toekomstige organisatie van het OV

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het Toekomstbeeld OV gepubliceerd. Deze visie vormt de basis voor de beleidsontwikkeling vanuit het ministerie en kiest voor een samenhangende beleidslijn richting 2040. Het ministerie neemt het faciliteren van de mobiliteitsvraag als uitgangspunt van het beleid. Dat betekent dat stedelijke gebieden een hoogwaardig mobiliteitsnetwerk hebben, stedelijke vervoersvormen geïntegreerd worden en economische kerngebieden snel met elkaar verbonden zijn. Voor plaatsen met minder vervoersvraag wordt er ingezet op nieuwe en innovatieve vormen. Naast het faciliteren van vraag en aanbod kiest het ministerie ook voor verduurzaming van mobiliteit en het zoeken naar nieuwe financieringsvormen.

De VOC-gemeenten constateren dat deze visie een ambitieus en realistisch beeld geeft. Maar tegelijkertijd zijn er nog enkele aandachtspunten: de gemeentelijke rol in het mobiliteitsbeleid wordt nog teveel vanuit het wegbeheerderschap gezien, terwijl er ook behoefte is aan het faciliteren van de vraag naar mobiliteit vanuit het sociaal domein en het bereikbaar houden van woongebieden en economische kerngebieden. De financiering van dergelijke maatregelen is wellicht te financieren via een aparte grondslag binnen een breder gemeentelijk belastinggebied.
Daarnaast vragen de gemeenten aandacht voor de ordening van het spoor en de verdeling van schaarse capaciteit op het spoor. In het Toekomstbeeld OV wordt op het hoofdspoornet vooral ingezet op hoogfrequente snelle verbindingen tussen de steden, terwijl het aanbod aan regionale verbindingen daardoor in de knel kan raken. Daarnaast is het eigendom en het beheer van stationsomgevingen in Nederland versnipperd geraakt over 20 partijen, waardoor de situatie is ontstaan dat de stations langs gedecentraliseerde treinverbindingen in handen zijn van de vastgoedorganisatie van de NS, terwijl er al decennialang regionale vervoerders actief zijn. Op bestuurlijk vlak constateren de gemeenten dat de regie over de NS en Prorail teveel vanuit de optiek van staatsdeelnemingen en te weinig vanuit de optiek van ruimtelijk beleid wordt gevoerd.

Taxibeleid

In enkele VOC-gemeenten speelt de vraag naar ordening van de straattaximarkt. Vanuit de taxisector wordt er gevraagd om regulering en handhaving. Aan de andere kant zien veel gemeenten ook een toename van snorders en overlast op uitgaansavonden. Gemeenten die niet expliciet in de Taxiwet zijn aangewezen hebben minder reguleringsmogelijkheden. Daarnaast is er ook behoefte aan het uitwisselen van kennis en ervaringen. De VOC gaat hier verder mee aan de slag.