Berichten

IVO 15 januari: mobiliteitstransitie Den Haag en EU-strategie duurzame en slimme mobiliteit

Op vrijdag 15 januari kwam het Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO) online bij elkaar. Op de agenda stond onder meer de mobiliteitstransitie Den Haag en de EU-strategie voor duurzame en slimme mobiliteit en een rondje langs de gemeenten.

Mobiliteitstransitie Den Haag

Lilian Oskamp, projectleider duurzame mobiliteit van de gemeente Den Haag, presenteerde de manier waarop de mobiliteitstransitie in Den Haag wordt aangepakt. Doelen voor mobiliteit in 2040 zijn onder andere: veilig, efficiënt, schoon, op maat, betaalbaar en verbonden. Er heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden met bewoners, bedrijven, mobiliteitsaanbieders en bezoekers. De menselijke maat staat voorop. Gekozen wordt voor stadsvriendelijke mobiliteit, minder auto en verplaatsingen binnen 15 minuten. Innovatie, deelmobiliteit, hubs en regionale aanpak zijn hierbij van belang. Op dit moment wordt gewerkt aan de concrete uitvoeringsprogramma’s. De deelnemers van het IVO reageerden positief op de aanpak van de gemeente Den Haag, die als voorbeeld kan dienen voor andere steden.

EU-strategie duurzame en slimme mobiliteit

Els de Wit van het ministerie van IenW gaf een toelichting op de nieuwe EU-strategie voor duurzame en slimme mobiliteit, die eind 2020 beschikbaar is gekomen. Zij vertelde dat Nederland een reactie zal geven op de EU-strategie en dat zij hierin graag ook de reacties van gemeenten en regio’s wil betrekken. Het IVO constateert dat de EU-strategie gelukkig in grote lijnen overeenkomt met de lijn die al eerder in Nederland in gang is gezet met onder andere het Klimaatakkoord en de Energietransitie. Als aandachtspunten werden onder andere genoemd: meer uniformiteit in verkeersveilige infrastructuur, meer aandacht voor de fiets en voetganger en de mate van sturing vanuit de EU. Om alle ambities te kunnen waarmaken moeten er wel extra budgetten beschikbaar komen voor gemeenten.

Rondje langs gemeenten

Tijdens dit agendapunt geven de IVO-leden aan waar zij zoal mee bezig zijn in hun gemeenten. Een punt dat veel genoemd werd is de verstedelijkingsopgaven waar gemeenten mee te maken hebben en de lastige afstemming hierover met de ministeries van BZK en IenW. Afgesproken is om hierover nog voor de zomer een aparte IVO-themabijeenkomst te organiseren, waarin een aantal gemeenten hun casus zal toelichten.

Invoering gemeentelijke nul emissiezones voor stadslogistiek

Vanaf 2025 moeten 30 tot 40 gemeenten een zero-emissiezone voor stadslogistiek (ZES) invoeren. Deze ambitie is opgenomen in het Klimaatakkoord. Inmiddels heeft het kabinet de inhoudelijke contouren voor het toegangsregime bekend gemaakt; gemeenten stellen zelf de omvang van de zones vast en zijn al aan de slag met de voorbereidingen.

Stimuleren van schone logistiek vraagt om duidelijke spelregels

De regelgeving voor de nul-emissiezones wordt zoveel als mogelijk landelijk ingevoerd. Hiermee wil het kabinet de wildgroei aan lokale regelgeving, zoals bij de voormalige milieuzones, voorkomen. En het geeft ook duidelijkheid aan de logistieke sector. Tegelijkertijd is het belangrijk dat gemeenten zelf de omvang van de zone kunnen vaststellen en specifieke ontheffingen voor voertuigen kunnen afgeven. De nul-emissiezones kunnen in de toekomst eventueel uitgebreid worden voor bepaalde groepen voertuigen zoals taxi’s en touringcars. Dit moet in de evaluatie van 2022 worden meegenomen.

Landelijk overleg over nul emissiezones

De regelgeving is tot stand gekomen via een landelijke overlegtafel tussen het Rijk, sectorpartijen TLN, BOVAG en EVOFENEDEX, de VNG, de G4-gemeenten, gemeente Tilburg, het GNMI, MKB Nederland, Natuur & Milieu, en de RAI Vereniging. Zij hebben gezamenlijk gewerkt aan het vaststellen van afspraken over de nul-emissiezones. Veel gemeenten hebben stevige duurzaamheidsambities en zien de nul-emissiezone als instrument om de bevoorrading van kernwinkelgebieden via schone voertuigen te stimuleren.

Op weg naar afronding van de uitvoeringsagenda

Aan de landelijke overlegtafel zijn er afspraken gemaakt om de invoering van nul-emissiezones te faciliteren, zoals het toelatingsregime en een overgangsregeling voor Euro-6-voertuigen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Uitvoeringsagenda stadslogistiek. De uitvoeringsagenda bevindt zich in de afrondende fase. Het is de bedoeling dat de uitvoeringsagenda op relatief korte termijn wordt ondertekend door de partijen aan de landelijke overlegtafel en de gemeenten die aan de slag gaan met de besluitvorming voor de invoering een nul-emissiezone.
Op basis van de uitvoeringsagenda gaan de betrokken partijen en de gemeenten vervolgens verder aan de slag met de invoering van de nul-emissiezones per 1 januari 2025. Het GNMI brengt momenteel geïnteresseerde gemeenten in kaart voor het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat.

Het GNMI levert een bijdrage aan beleidsontwikkeling

Het GNMI zorgt voor de verbinding tussen het landelijke overleg en gemeenten die zo’n zone willen invoeren. Daarnaast pakken wij een tweetal onderzoeksopdrachten op:
*  we gaan kijken naar het ontwikkelen van één standaard voor toezicht en handhaving op het binnenrijden van deze zones en
*  we werken met gemeenten aan een menukaart om de instroom van schone voertuigen te stimuleren, los van de landelijke subsidieregeling die hiervoor wordt ingevoerd.
Daarnaast brengen wij gemeenten samen in een ambtelijke werkgroep om bepaalde issues rondom de invoering samen op te pakken. Het GNMI coördineert en ondersteunt deze werkgroep in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Met de Topsector Logistiek kijken we hoe gemeenten de ruimtelijke vraag van logistieke hubs in goede banen kunnen leiden zodat – naast nul-emissie – ook het slimmer en duurzamer bevoorraden van steden op gang kan worden gebracht. Daarom nemen we deel aan de stuurgroep steden van de Topsector Logistiek.

Meer weten over de voortgang van de Uitvoeringsagenda?

Wil je met gemeentelijke collega’s van gedachten wisselen over beleidsontwikkelingen en de voortgang van de Uitvoeringsagenda? Of wil je deelnemen aan de brede werkgroep van gemeenten? Neem dan contact op met Eugéne van de Poel: eugene.vandepoel@gnmi.nl of 06-57593160.


Kansen voor CO2-reductie door wegontwerp

Uit een onderzoek in opdracht van het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI) blijkt dat wegontwerp kan bijdragen aan het verminderen van de uitstoot van CO2, stikstofoxiden en fijnstof door het verkeer. Het GNMI hoopt dat de verkenning en doorrekening die zijn uitgevoerd beleidsmakers inspireert om het ontwerpen van wegen onderdeel uit te laten maken van de maatregelen die gemeenten kunnen nemen in het kader van de klimaatopgaven.

Uit een eerste verkenning naar de mogelijkheden die het wegontwerp kan bieden om de CO2-uitstoot van het wegverkeer te reduceren komen verschillende kansrijke varianten naar voren. Uit de doorrekening blijkt dat het ontwerp van een weg daadwerkelijk kan leiden tot afname van de CO2-uitstoot. Dit geldt ook voor NOx en fijnstof. We hopen dat beleidsmakers en experts het wegontwerp meenemen om het verkeer te verduurzamen. Het is een extra middel voor het (versneld) realiseren van de klimaatdoelstellingen en die voor de verbetering van de luchtkwaliteit.

Het onderzoek is uitgevoerd door APPM in samenwerking met Goudappel Coffeng en richt zich op gemeentelijke weginfrastructuur. De ontwerpvarianten die aan bod komen zijn onder meer verschillende soorten kruisingen en rotondes, prioriteitstelling bij verkeerslichten, de maximumsnelheid en het verbeteren van de fietsinfrastructuur.

De rapporten zijn bedoeld als inspiratie om ook andere ontwerpvarianten toe te voegen die nog niet aan bod zijn gekomen, onderdelen verder uit te werken en de bevindingen te toetsen in de praktijk. De lokale situatie bepaalt immers hoe groot het daadwerkelijke effect van een ontwerpkeuze kan zijn. Een andere kanttekening bij dit onderzoek is dat een ontwerpvariant die gunstig is voor de CO2-uitstoot en de luchtkwaliteit, minder goed kan scoren op verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer of een ander belangrijk criterium die bepalend is voor de inrichting van de weg.

Het onderzoek naar de reductie van CO2-uitstoot van het wegverkeer door wegontwerp is gefinancierd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in het kader van een project gericht op de vermindering van CO2-uitstoot van de grond- weg en waterbouw.

Themabijeenkomst 29 september 2020

Op dinsdag 29 september 2020 organiseren we samen met de onderzoekers van APPM en Goudappel Coffeng een online expertsessie over de onderzoeksresultaten.

Forum

Reageer op de bevindingen in de rapporten, voeg ontwerpmogelijkheden toe of wijs op bestaande of toekomstige praktijkvoorbeelden. Dat kan via het speciaal hiervoor ingerichte forum.

Zie ook: Veel kansen voor CO2-reductie door aanpassen van wegontwerp

Expertsessie Reductie CO2-uitstoot door wegontwerp

Op dinsdag 29 september 2020 organiseren we een online bijeenkomst over de invloed van wegontwerp op de CO2-uitstoot van het verkeer. In opdracht van het GNMI hebben APPM en Goudappel Coffeng een onderzoek hiernaar uitgevoerd. Tijdens de bijeenkomst bespreken we de bevindingen met de deelnemers en kijken we samen welke kansen er zijn om dit onderwerp verder te brengen. Naast CO2 is ook gekeken naar NOx en fijnstof.

GNMI Themabijeenkomst CO2-reductie verkeer door wegontwerp
29 september 2020
13:00 – 14:30
Microsoft Teams (link volgt na aanmelding)
Geen kosten

Denk bijvoorbeeld aan ontwerpvarianten van verschillende soorten kruisingen en rotondes, prioriteitstelling bij verkeerslichten, de maximumsnelheid en het verbeteren van de fietsinfrastructuur. De expertsessie is gericht op inhoudelijke reflectie van de verkenning en de doorrekening met experts uit het werkveld. De bijeenkomst is voor beleidsadviseurs en experts die zich bezighouden met wegontwerp, verkeer en klimaat van overheden.

Aanmelden

Aanmelden voor GNMI Themabijeenkomst CO2-reductie verkeer door wegontwerp 29 september 2020

Online bijeenkomsten Intergemeentelijk Verkeersoverleg en Contactgroep OV in september

De eerstvolgende vergadering van het Intergemeentelijk Verkeersoverleg (IVO) is op vrijdag 4 september en de contactgroep OV komt op 17 september digitaal bijeen.

IVO-vergadering

Op vrijdag 4 september van 10.30 tot 13.00 komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Kansrijke mobiliteitsmaatregelen met het oog op het nieuwe kabinet
  • De financiering van mobiliteitsbeleid op nationaal (MIRT-spelregels) en lokaal niveau
  • Het concept-jaarprogramma van CROW/KpVV
  • De nieuwe EU-strategie voor duurzame en slimme mobiliteit
  • Fietsparkeren bij stations

Wil je de vergadering bijwonen, neem dan contact op met de secretaris van het IVO: Eugène van de Poel (eugene.vandepoel@gnmi.nl )

Contactgroep OV

Op donderdag 17 september van 10.30 tot 12.30 uur gaan we gaan het hebben over het rapport over hoogwaardige buslijnen (Bus Rapid Transit) van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid en de toepassing van dergelijke busconcepten in de steden.

De contactgroep spreekt ook over de inzet van het GNMI bij de totstandkoming van het Besluit en Regeling toegankelijkheid Openbaar Vervoer, waarin minimale eisen worden vastgelegd en er ook inspanningen van gemeenten worden gevraagd. In samenwerking met Translink willen we een korte update geven over de ontwikkeling van een OV-monitor voor gemeenten op basis van OV-chipkaartdata

Wil je de vergadering bijwonen, neem dan contact op met Alex Mink (alex.mink@gnmi.nl )

Meewerken aan een handleiding waterstofbeleid voor gemeenten?

Waterstof als drager van energie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de klimaatopgave. Gemeenten gaan een essentiële rol spelen in de vergunningverlening, planning en implementatie van waterstofvoorzieningen.  Daarom werken het GNMI, de VNG en het landelijke H2Platform aan een handleiding hierover.

In samenwerking met het GNMI en de VNG zoekt het landelijke H2Platform input daarvoor. Waterstof kan bijvoorbeeld helpen bij het Zero Emissie maken van zwaardere voertuigen, zoals rolstoelbusjes en vuilniswagens, in de gebouwde omgeving en bij opslag en transport tijdens piekleveringen van windmolens en zonneweides.

Handreiking voor gemeenten door het GNMI, de VNG en H2Platform

Om gemeenten te helpen met hun rol bij de inzet van waterstof, willen de bovengenoemde partijen een handreiking maken. We nodigen u van harte uit om hierover mee te denken in een klankbordgroep. Tijdens drie bijeenkomsten zullen vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en gemeenten hun ervaringen delen. Vervolgens inventariseren we aan welke kennis behoefte is en zullen we na enkele schriftelijke rondes een handreiking opleveren.

Deelname aan online community waterstofbeleid

In voorbereiding op de handreiking kunt u vanaf dit moment al terecht op de online H2 community op het GNMI-netwerk. Medewerkers van gemeenten kunnen daar vragen stellen en berichten plaatsen die voor andere gemeenten ook relevant kunnen zijn. Medewerkers van het H2-platform hebben ook toegang tot deze omgeving en zullen waar mogelijk uw vragen beantwoorden. Dit input zal zoveel mogelijk gebruikt worden voor de drie bijeenkomsten in juni 2020.

Meer weten over waterstof en de rol die gemeenten kunnen vervullen?

Denk mee in de klankbordgroep en kom naar een van de bijeenkomsten in juni. Om gemeenten te helpen met hun rol bij de inzet van waterstof, willen het Gemeentelijk Platform Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI), het H2-platform en de VNG een handreiking maken. We nodigen u van harte uit om hierover mee te denken in een klankbordgroep.

Tijdens drie bijeenkomsten zullen vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en gemeenten die al bezig zijn met waterstof hun ervaringen delen. Met alle deelnemers wordt vervolgens geïnventariseerd aan welke kennis gemeenten behoefte hebben. Na enkele schriftelijke rondes wordt de uiteindelijke handreiking opgeleverd.

Het is mogelijk om een voorkeursdatum aan te geven, vervolgens nemen we tijdig contact op om uw deelname te bevestigen. Het is ook mogelijk om mee te denken over dit onderwerp als u niet aanwezig kunt zijn op een van de bijeenkomsten.

NB vanwege de Covid-19 maatregelen zijn de eerder aangekondigde fysieke bijeenkomsten niet mogelijk; ze worden online gehouden. Elke bijeenkomst is toegankelijk voor maximaal 15 personen en duurt van 15:30 tot 17:00 uur.

Contactpersoon
Voor meer informatie kunt u terecht bij Jaap Berends (jaap.berends@gnmi.nl).

Helaas is de aanmeldtermijn voor de bijeenkomsten gesloten. Neem svp contact op met Jaap Berends: jaap.berends@gnmi.nl.

Son en Breugel sluit aan bij ZED

Onlangs tekende de gemeente Son en Breugel het landelijke bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer. Samen met alle gemeenten die eerder al hun handtekening zetten, heeft Son en Breugel de ambitie om in 2025 een volledig uitstootvrij doelgroepenvervoer te realiseren.

Met ingang van 1 juli is het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) in Son en Breugel 100% duurzaam. De auto’s en taxibussen voor deeltaxivervoer rijden dan volledig elektrisch. De gemeente Son en Breugel is daarmee één van de eerste gemeenten in het land die deze duurzame stap heeft gezet voor het deeltaxivervoer. 

Wethouder Paul Van Liempd: “In Son en Breugel kunnen we nog een stap maken in het verduurzamen van het leerlingenvervoer. Dit vervoer besteden we in 2021 opnieuw aan. Ook daar zetten we stevig in op duurzamer vervoer. We zijn dus goed op weg om 100% uitstootvrij doelgroepenvervoer te realiseren en daarmee zijn we ook weer een stapje dichterbij een klimaat neutrale gemeente in 2030”.

Rondweg Voorhout

CO2 reduceren, auto delen en fietsparkeren: verslag Intergemeentelijk verkeersoverleg 31 januari 2020

Tijdens het Intergemeenlijk Verkeersoverleg  (IVO) van 31 januari kwamen er verschillende onderwerpen aan de orde. Het IVO was te gast bij de gemeente Voorhout en sprak over een aantal onderwerpen rondom duurzame mobiliteit.

  • Adviesbureau APPM liet zien hoe gemeenten CO2 kunnen reduceren bij de inrichting van hun wegen. In een vervolgonderzoek gaat het bureau deze CO2-reductie nader kwantificeren voor gemeenten. Dit onderzoek wordt door het GNMI uitgevoerd en maakt onderdeel uit van een breder project van de VNG dat zich richt op de reductie van CO2-uitstoot binnen de GWW-sector
  • Betty de Boer (voorzitter Green Deal Autodelen II) ging in gesprek met gemeenten over de mogelijkheden van autodelen, MaaS en deelmobiliteit. De stand van zaken rondom de green deal werd uitgewisseld. De gemeenten gaven aan dat de optiek van de Green Deal breder kan zijn dan alleen het stimuleren van het autodelen om het bezit van een 2e auto te verlagen.
  • De Uitvoeringsagenda Nul-emissie stadslogistiek kwam aan bod en de deelnemers kunnen zich vinden in de inhoud hiervan. Veel gemeenten zijn al bezig met de voorbereidingen van de besluitvorming over de invoering van nul-emissiezones. Rijk, gemeenten en sector werken aan een emissieloze stadslogistiek in 2025.
  • Tot slot is ook de stand van zaken rondom het fietsparkeren bij stations besproken. Het IVO meent dat de kosten van fiets parkeren moeten worden meegenomen in totale kosten van de verplaatsing per trein.
  • Het middagprogramma stond in het teken van de omzetting van ProRail naar een ZBO, de Tunnelalliantie van ProRail en de wijze waarop de gemeente Teylingen hiervan gebruik heeft gemaakt om een tunnel onder het spoor te realiseren voor de nieuwe randweg rond Voorhout. Het GNMI heeft bij het voorbereidingsproces van de omzetting van ProRail naar een ZBO consequent aandacht gevraagd voor het beheersen van risico’s bij projecten die in opdracht van een gemeente worden uitgevoerd.

Het volgende IVO overleg:

Vrijdag 27 maart 2020 in Almere bij de Hogeschool Windesheim

Interesse in deelname aan dit overleg? Of meer weten over de besproken onderwerpen of aankomende vergaderingen? Neem contact op met Eugéne van de Poel via Eugene.vandepoel@gnmi.nl

Elektrische deelauto Uden

Europese richtlijn schone voertuigen: tips voor gemeenten

In mei 2019 is de Europese Richtlijn schone en energie-efficiente voertuigen (Clean vehicles directive) van kracht geworden. Decentrale overheden krijgen een verplichte minimale norm voor de aanbesteding van hun dienstvoertuigen opgelegd. Hierdoor beoogt de Europese Unie dat het aandeel schone voertuigen toeneemt en de Europese transportsector een gegarandeerde markt voor innovaties krijgt. De richtlijn geeft Nederlandse gemeenten en hun samenwerkingsverbanden de kans om via aanbestedingen aan te sturen op een groter gebruik van schone voertuigen.

Waar gaat de richtlijn eigenlijk over?

De Europese richtlijn schone voertuigen is van toepassing op alle relevante aanbestedingstrajecten door overheden, die onder de Europese regels voor aanbestedingen vallen. De daar geldende monetaire grenzen zijn ook toepasselijk op de toepassing van de Richtlijn schone voertuigen.   Alle gebruikstypen – dienstgebruik, bezorging, reinigingsdiensten, personenvervoer – en eigendomsverhoudingen vallen onder de reikwijdte van de richtlijn. Specifiek ontworpen voertuigen en functionele voertuigen, bijvoorbeeld voor wegenonderhoud en bosbouw, vallen niet onder de richtlijn. De lidstaat kan specifieke categorieën bij wet uitzonderen.

Welke minimale eisen stelt de richtlijn?

Voor Nederland geldt dat er tot eind 2025 tenminste 38,5% schone auto’s en bestelbussen moeten worden aanbesteed. Onder deze groep vallen zeer schone hybride voertuigen met een maximale uitstoot van 50 gram CO2 per kilometer. Na 2025 kunnen er alleen nog 0-emissievoertuigen worden aanbesteed om aan de norm te voldoen.

Voor vrachtwagens gelden andere percentages: voor de zware voertuigen stelt de richtlijn dat deze mogen meetellen als schone voertuigen, wanneer zij op rijden op alternatieve – niet-fossiele – brandstoffen (conform de definitie in Europese richtlijn Infrastructuur voor Alternatieve Brandstoffen, AFID 2014/94/EU). Hieronder vallen o.a. biobrandstoffen, gas en ook elektriciteit en waterstof. Voertuigen op biobrandstoffen worden alleen als schoon aangemerkt wanneer zij op 100% biobrandstoffen rijden.
De minimumpercentages voor de aanschaf van schone zware voertuigen zijn 10% (eind 2025) en 15% voor de periode 2026-2030.

Voor bussen geldt een minimumpercentage van 45%, tot eind 2025 en een minimumpercentage van 65% van 2026-2020, voor de helft ingevuld met 0-emissievoertuigen en voor de andere helft met voertuigen die rijden op alternatieve brandstoffen. Nederland ligt op schema om dit doel te halen via het Bestuursakkoord zero emissie busvervoer, waarin decentrale aanbestedende overheden verplichtingen opleggen aan concessiehouders. Deze ambitie wordt sneller dan beoogd gerealiseerd.

Hoe kunnen gemeenten aan de verplichtingen van de richtlijn voldoen?

De Europese richtlijnen gelden ook voor Nederlandse gemeenten. Inkooptrajecten rondom doelgroepenvervoer kunnen gebruikt worden om duurzame voertuigen uit te vragen. Het GNMI brengt partijen samen via de Coalition of the Willing Zero emissie doelgroepenvervoer om de introductie van schone en geschikte voertuigen te versnellen. Via regionale samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld rond de inzameling en verwerking van afval, kunnen inkooptrajecten voor voertuigen benut worden om schone voertuigen uit te vragen. Gemeenten kunnen ook als aandeelhouder van overheidsbedrijven aansturen op het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid door het kopen of leasen van schone voertuigen af te dwingen. Het PianoO-netwerk heeft een leergang duurzaam aanbesteden, waarin ook aandacht is voor de inkoop van schone voertuigen. Belangrijke aandachtspunten zijn dat de terugverdientijd voor de exploitant van het voertuig realistisch moet zijn en dat er voldoende infrastructuur voor opladen of tanken van alternatieve brandstoffen beschikbaar komt. Deze aandachtspunten komen o.a. terug in de uitrol van het Nationaal programma laadinfrastructuur.

Gemeenten in Haaglanden tekenen akkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer

De gemeenten Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer hebben op 21 maart 2019 het bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer getekend. Met de ondertekening spreken deze gemeenten hun intentie uit om volledig emissie-vrij doelgroepenvervoer voor hun inwoners te verzorgen. De gemeenten Den Haag en Delft tekenden in 2018 reeds het akkoord, waarmee nu alle gemeenten in de regio deelnemen.

Op dit moment hebben 56 gemeenten in Nederland zich middels het bestuursakkoord uitgesproken voor zero emissie doelgroepenvervoer per 2025 (of eerder). Naast gemeenten doen ook andere partijen in de sector mee met het initiatief. Inmiddels zijn 71 organisaties aangesloten bij de Coalition of the Willing voor Zero Emissie Doelgroepenvervoer.

Zie ook:

www.wassenaar.nl

www.zeroemissiedoelgroepenvervoer.nl